Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

25 december 1922

Eerst exploreeren, dan leverpastei en kerstkoek

Maandag 25 December

Den heelen dag met Hatt geëxploreerd. Om 9.30 ongeveer gingen we op weg met onze lunch 1 flesch koffie en een thermosflesch met water in een rugzak, een hakmes en een klein schopje. We exploreerden eerst het terrein achter den zuidwesthoek van Magens bay, tusschen het strand en de ruïne van een oude plantage daar. In de bovenste laag van den grond bleken op vele plaatsen Indiaansche potscherven te zitten, vermengd evenwel met Europeesch goed, o.a. Oud-Deensch aardewerk, veel lijkend op oud-Delftsch. Sporen van een bepaalde Ind. nederzetting konden wij niet vinden. Vervolgens gingen wij naar den [-Zuid] <noord>oosthoek van de baai. Daar is zeker niets te vinden. Moerassig en dicht bij strand zandig, recente formatie. De nederzetting die wij nu aan ’t opgraven zijn schijnt gelegen te hebben tusschen den heuvelrug en de baai (Z.O. – N.W.) en tusschen twee moerassen (N.O. – Z.W.). Na een bad in de baai gingen we langs den langeren, maar veel makkelijker weg naar ons kamp terug. Om 6 uur waren we thuis en dineerden met bananen en [-*paste*..*] leverpastei, gevolgd door kerstkoek en koffie. De koek en de leverpastei hoorden tot de kerstgeschenken van de Laubs. Het was een vermoeiende

                                                                          38

dag. Het graven van proefgaten in het bosch, met behulp van een stomp kapmes en een klein schopje was geen prettig werk. Een groot deel van den dag was het volkomen windstil en de sandflies en nu ook de muskieten hinderden ons zeer. Om geen nieuwe sandfly-beten op te loopen (ik kan ze niet meer tellen), heb ik den heelen dag canvas-wanten gedragen met mijn mouwen daarover dichtgebonden. Onaangenaam warm natuurlijk.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

24 december 1922

Diner met Dr. Mortensen

Zondag 24 December

Rustdag. ’S Morgens ontvingen wij bezoek van het echtpaar Laub, dat allerlei lekkers bracht voor Dr. Mortensen en voor ons en tevens Hatt’s brieven. Laub beloofde mij dat hij zou informeren of de Holl. consul iets voor mij ontvangen had en mij dat, zoo ja, toe te zullen zenden. Hij zei me ook dat ik mijn brieven maar aan hem moest laten zenden, dan zal hij zorgen dat ik ze krijg. Aan den Holl. consul heb ik niets. Nadat we bij Dr. Mortensen een poosje hadden zitten praten onder het genot van een cocktail vertrokken de Laub’s weer te paard en retireerden wij naar ons kampterrein. Den middag gebruikten wij voor brieven schrijven en luieren. Om 6 uur naar Dr. Mortensen, die ons had verzocht op dezen dag zijn gasten te zijn. Het diner smaakte uitstekend: rijstebrij met boter, suiker en kaneel vooraf. Daarna kalkoen met gebakken aardappelen en compote van guave-bessen. Dit laatste [-ge*.*] gerecht kan ik niet apprecieeren. Ten slotte Californ. peren op water en koffie. Het was heel gezellig. Dr. Mortensen doet me sterk aan den heer Rink denken. Dezelfde eenvoud en oprechtheid en dezelfde welgemeende hartelijkheid. Na het eten

                                                                          37

liet hij nog een glaasje madeira inschenken om te drinken op het welzijn van “de afwezigen”. Hij hoopt begin Mei naar Denemarken te vertrekken, maar weet nog niet zeker of het hem mogelijk zal zijn. Zijn estate brengt niets op sinds de komst v.d. Amerikanen en hij wil niet als een berooid man in Denemarken terugkomen. Natuurlijk wordt hij bestolen ook. Hij is te oud om zelf alles na te gaan en R., zijn manager, maakt ook geen flinken indruk. Om 9 uur gingen we naar onze tenten.


Over Dr. P. Mortensen weet ik alleen wat er in dit dagboek over hem gezegd wordt. De Josselin de Jong zegt dat hij hem sterk aan Rink doet denken. Zou hij echt de politicus Pieter Rink bedoelen?

Via Wikimedia Commons: Painting of Pieter Rink (1920s) by Willem van den Heuvel (1874-1925)


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

23 december 1922

Jutezakjes van het opgravingsveld

<Zaterdag> [-Vrijdag] 2[2+]<3> December

Van 8-12 en 1 tot 4 gewerkt. Voor het gouvernement wordt Zaterdags tot 12 uur gewerkt, voor particulieren tot 4 uur. Met totnogtoe verzamelde scherven enz., die in jutezakjes dicht bij het opgravingsveld waren verstopt, hebben we vandaag naar het huis van Dr. Mortensen laten overbrengen, daar we pas a.s. Donderdag onze opgraving voort kunnen zetten: Morgen en [-*…*] de 2 volgende dagen werken onze arbeiders niet en as. Woensdag moeten we naar de stad om opnieuw ingeënt te worden. Om 10.30 verscheen een zoontje van Griaux met 2 ezels om de eerste lading naar boven te brengen. Elke ezel was beladen met twee kisten, die geheel gevuld werden met

                                                                          35

onze zakjes. Na den middag werd de rest overgebracht, tegelijk met alle werktuigen. Het is weer een goede dag geweest; verscheidene heele, of zoo goed als heele potten gevonden, en massa’s scherven, waaruit zeker nog wel enkele potten gereconstrueerd zullen kunnen worden. Het eigenlijke graafwerk wordt door de arbeiders gedaan: alleen wanneer we bang zijn, dat het te ruw gaat of wanneer er een voorzichtige verkenning gedaan moet worden, graven we zelf. Met de schop wordt alleen gewerkt om de doorzochte grond te verwijderen. We zouden het graven ook wel zelf kunnen doen. maar dan zou het werk te langzaam opschieten. Het sorteeren van de scherven, het inpakken [-&..*], het maken van notities en het doen van de noodige opmetingen houdt ons voortdurend bezig. Tegelijkertijd letten wij natuurlijk steeds op de arbeiders. Griaux is verreweg de beste, we behoeven niet bang te zijn dat hij meer zal breken dan onvermijdelijk is of een situatie zal verstoren vóór wij alles gezien en opgemeten hebben. Thomas werkt vlug en ijverig, maar is nog wat ruw en slordig. Rasmussen in langzaam en ook niet voorzichtig genoeg, maar alles bij elkaar genomen hebben wij geen klagen. Er was een edel*e* wedijver in ‘t vinden van heele potten; ze werkten voor een “Christmas present” verklaarden ze. Dat hebben ze ook gekregen: Griaux 1.5 dollar, R. en Th. elk 1 dollar (in plaatselijk geld). Om 3.45 ongeveer verlieten we het terrein. Hatt vergezelde Gr. met de ezels en de beide anderen die ook wat moesten dragen en ik ging, eveneens b*e*laden, eerst naar de baai om te baden. Het is jammer dat er haaien zijn, anders zou de baai een ideale bad- en zwemgelegenheid zijn. Maar volgens de menschen hier komen de haaien zoo dicht bij het strand, dat men [-*in*] [-*..*] in water v. 1 M. diep feitelijk al niet veilig meer is. Het was prettig wat vroeger dan anders in het kamp terug te zijn, zoodat we nog wat bij daglicht buiten konden zitten.

                                                                             36

Het diner bestond vandaag uit aardappelen, eieren, sardines en koffie zonder melk. Iedere ochtend komt hier een jongen langs die melk gaat verkoopen in de stad; maar hij is te lui om even het erf van Dr. Mortensen op te loopen en ons ook wat te brengen. En aan R. die altijd om 7 uur ’S morgens bij ons komt, schijnt hij ook niets te willen verkoopen. Het was vandaag iets warmer dan gisteren. In het opgravingsveld was het goed merkbaar. En ’S avonds wat het niet te frisch om in net-onderkleeding en werkpak buiten te zitten.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

22 december 1922

Three-pointed stone

Vrijdag 22 December

Weer gewerkt van + 8-12 en van 1-5. Daarna bad in de baai en naar huis terug, beladen met de gewone bagage. Het maal bestond uit griesmeelpap met rozijnen en koffie. Ik heb vandaag met flanellen handschoenen aan gewerkt in de hoop

                                                                          34

mijn handen daarmee eenigszins te beschermen tegen de sandflies. die het erg op mij voorzien hebben. Het schijnt niet veel geholpen te hebben. Op mijn handen alleen tel ik een kleine honderd bulten. Hatt bijten ze veel minder. Vandaag hebben we onze eerste “three-pointed stone” gevonden en weer massa’s aardewerk. Alle drie onze arbeiders werken goed. En over het naar boven brengen van de lunchmand en de koelkan wordt nu geen ruzie meer gemaakt. Thomas doet dat nu. Hij draagt de lunchmand op zijn hoofd, in zijn eene hand de “monkey” en soms nog iets anders in de andere hand. Hoe ze op bloote voeten [-*…*] en zoo beladen die steilen weg [-*op k.*] kunnen beklimmen is mij een raadsel. Men kan haast niet vermijden voortdurend op puntige steenen te trappen. En van de sandflies schijnen ze ook weinig last te hebben, al mopperen ze er wel eens over. Ze krijgen er tenminste geen bulten van. Van de schuilplaats die R. met zoveel zorg had opgebouwd, hebben koeien de achterwand vernield; ze zijn er blijkbaar doorheengelopen.


De ‘three-pointed stone’ is typisch Taino. Zie een voorbeeld hier.

By Rama – Own work, CC BY-SA 3.0 fr, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=57067524, Musée du quai Branly, Trigonolythe, 13e eeuw.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

21 december 1922

Monkey en celt

Donderdag 21 December

Na ontbijt van brood met gebakken spek en eieren en koffie vertrokken Hatt en ik + 8 uur naar het terrein. R. droeg

                                                                          33

weer de luchmand en de “monkey” (koelkan) met water. Naast de vierkanten v. Thomas en Griaux hebben we een derde vierkant (weer 2×2) voor Rasmussen uitgemeten. Van + 8 tot 12 en 1 tot 5 gewerkt. Het grootste gedeelte is nu tot _60 cM uit gegraven. Vandaag weer enkele behoorlijke vondsten, zooals een petaloïde “celt”, een hamer van schelp en enkele potten, wel niet onbeschadigd, maar in scherven compleet of zoo goed als. Uit de vele groote scherven die we verder vonden zullen zeker nog wel een of meer potten gereconstrueerd kunnen worden. Het was vandaag wat warmer dan gisteren Den heelen dag geen regen. En heel veel sand flies tengevolge van de hevige regen ’S nachts. Onze tenten houden zich heel goed. Ook de ventilatie laat niets te wenschen over en dank zij het muskietengaas blijven wij vrij van insecten. Ik had vandaag eenige last van een al te krasse laxeering en Hatt heeft veel last van de warmte; dikwijls hoofdpijn, die dan echter in den loop van den dag overgaat. Om 5 uur opgebroken. Thomas was nu direct bereid de lunchmand en de monkey naar boven te dragen en Griaux droeg eenige groote, ingepakte scherven. Zelf droegen wij ook eenige kostbare vondsten en het fotografie-toestel. Heerlijk bad in de baai, maar het aan en uitkleeden hoogst onaangenaam door de sandflies. Middageten: aardappelen met gebakken spek en uien en koffie, klaargemaakt door Mevr. Hatt. We eten altijd buiten en zitten dan nog een poos in onze [-*…*] luie stoelen. Om + 6.50 is het donker.


Over de monkey is hier informatie te vinden. Het is een koelkan van klei die oorspronkelijk door de Afrikaanse tot slaaf gemaakten in het Caribisch gebied terecht is gekomen. Een afbeelding van een schelpen ‘celt’ is hier te vinden.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

20 december 1922

Rasmussen, Thomas en Griaux

Woensdag 20 December

Na het gewone ontbijt met Hatt naar het terrein vertrokken om 8 uur. Mevr. Hatt is vandaag thuis gebleven. Het is ook werkelijk onmogelijk om alle drie den heelen dag op het terrein te zijn. Eén dient voor de huishouding te zorgen. Griaux en Thomas (de derde man) waren, toen wij aankwamen al bezig volgens de instructies een open plek te maken voor de eigenlijke opgraving die vandaag beginnen zou. Twee vierkanten van 2×2 [-*..*] M. naast elkaar. Het allereerst te doorzoeken veld is dus 8 M2 groot. Van 8-12 gewerkt. Van 12-1 rust en lunch (brood met boter en honig en thee). Daarna van 1-5 gewerkt. Griaux kreeg permissie om 4.30 te vertrekken daar hij vandaag nog in de stad moest zijn. Toen hij vertrok verzocht hij ons, zijn plek niet door Thomas te laten bewerken. Hij had net een heele pot gevonden en een tweede bereikt. Thomas scheen

                                                                          32

daar wel eenigszins over gebelgd te zijn. Om 5 uur vertrokken. Eenig tegenstribbelen van Thomas toen we hem opdroegen een en ander naar het kamp te brengen; zelf sjouwden we met potten en groote scherven in zakken. Thomas zei dat Griaux dat hoorde te doen daar hij vlak bij Dr. Mortensen woont, terwijl hij, Thomas, als hij eerst nog naar ons kamp moet, nauwelijks voor donker thuis kan zijn. Hij en R. kunnen Griaux eigenlijk niet uitstaan. Gr. neemt ook wel een wat superieure houding tegenover de 2 anderen aan, maar hij is ook inderdaad verreweg de beste werker. Hij werkt snel en uiterst voorzichtig. R. was den heelen dag bezig met het maken van een schuilplaats met het oog op de hevige stortbuien. Sommige v. onze instrumenten kunnen daar slecht tegen. De schuilplaats is nu klaar. Een geraamte van dikke takken, bedekt met dubbele laag palmblad. Ook achterwand n.d.- windzijde. Op weg naar huis namen wij een bad in Magens bay en vermaakten ons met de pelikanen naar visch te zien duiken. Maar de sandflies hinderden ons erg. Om 6 uur waren we thuis na een vermoeiende klimtocht met onze potten, scherven, enz. Esther had gebakken visch met aardappelen voor ons klaargemaakt. We dronken koffie en zaten nog een poos in het donker buiten. Onze voornaamste vondsten waren vandaag een prachtige “petaloïde” steenen beitel, een schelpen dito en een paar complete potten. Alles wat we hier vinden vertoont het “taino” -type.


Voorbeeld van een Taino beitel? Kijk hier.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

19 december 1922

Proefgaten en sand flies

Dinsdag 19 December

’S nachts vrij goed geslapen; alleen wat vroeg wakker. Het was tamelijk koel. Ik had mijn regenjas noodig; mijn reisdeken was nog in de bagagetent. Na een ontbijt van brood, boter, ham en spiegeleieren met thee, gingen Hatt en ik met Rasmussen naar het terrein, waar Griaux ons al wachtte. Den man dien R. had meegebracht hadden we met de werktuigen vooruitgezonden. Na een                                                                           31

paar uur R. weer naar boven gestuurd om Mevr. Hatt wat te helpen en de lunchbenoodigdheden voor haar naar beneden te dragen. Om 12 uur geluncht en gerust tot 1 uur. Daarna weer tot 5 uur gewerkt. Tot 12 uur hadden we een volontair, een Chacha, die graag een job wou hebben, maar na de lunch kwam hij niet meer terug. Griaux was Hatt zoo meegevallen dat we hem houden zullen. Hij ziet nu wel in dat hij nog wat te leeren heeft, al heeft hij met de Booy gewerkt. Verscheidene proefgaten gemaakt. Het is een geluk dat we niet op het terrein kampeeren. We zouden er opgegeten zijn door de sand flies. Gedineerd met visch (“Spaansche makreel”) en aardappelen. Cadeau v. Dr. Mortensen en toebereid door Esther (zijn keukenmeid) . We hebben ook visch van den ouden Rasmussen cadeau gekregen.

Spanish Mackerel, New York (State). Commissioners of Fisheries, Game and Forests (1900) Fifth Annual Report of the Commissioners of Fisheries, Game and Forests of the State of New York, 1899, Albany, NY: James B. Lyon, State Printer (Via Wikimedia Commons)


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

18 december 1922

De grote verhuizing naar Magens Bay

Maandag 18 December

Van morgen ben ik met Rasmussen en Griaux per vrachtauto onze expeditie-uitrusting v.d. pier gaan halen

                                                                          30

terwijl de Hatten nog enkele inkoopen gingen doen. Om 10.30 vertrok de vrachtauto met ongeveer de helft van de uitrusting en Hatt, Rasmussen en Griaux naar Dr. Mortensen. Alles in één lading kon niet, daar de weg gedeeltelijk heel steil is. Om 12.30 was de vrachtauto terug en na gelucht te hebben vertrokken Mevr. Hatt en ik met de tweede lading. Ik wist niet dat een vrachtauto zulke tours de force kon verrichten. Mevr. H. zat naast de chauffeur , ik tusschen de bagage. De heele overbrenging kostte 7 dollars. De hotelier had ons 3 dollar per dag p.p. berekend, terwijl de heer Laub ons verzekerd had dat de prijs hoogstens 2 ½ dollar p.d.p.p. zou zijn. W[e+]<ij> zijn nu in onze tenten geïnstalleerd; prachtig uitzicht over Magens bay en het omringende heuvelland. Vandaag is reeds gebleken dat Griaux, de man dien de Booy [-op] zelfstandig archaeologisch werk op St. Croix liet doen, ongeschikt is. Hij is te veel meneer en eigen wijs. De Booy heeft hem <waarsch.>[-*g……g] bedorven. We zullen hem morgenavond ontslaan en Rasmussen zal morgen ochtend een ander meebrengen, zoodat we morgen met drie helpers zullen werken. R. komt om 7 uur. We rekenen om 8 uur te kunnen beginnen en Griaux zal op dat uur op het terrein aanwezig zijn.

De Booy, Theodoor. (1919) Archeology of the Virgin Islands, New York: Museum of the American Indian Heye Foundation, p. 14.


Wie is toch die Gudmund Hatt? En wie is dan mevrouw Hatt? Trouwens, die foto van de archeoloog op het strand, zou dat werkelijk Gudmund Hatt zijn? Ik denk dat het JPB de Josselin de Jong is en heb hierover gemaild net het Nationalmuseet. Wellicht later nog een berichtje hierover.

Over Louis Griaux weten we eigenlijk ook (nog) niet veel. Volgens mij heeft De Josselin de Jong de naam verkeerd gespeld en zou het Louis Greaux moeten zijn. Hij is een ‘mixed blood’, heeft met archeoloog De Booy gewerkt op St. Croix en heeft een zoontje. De expeditie van De Booy was in 1916-1917 volgens deze bron. Zou het de Louis zijn die geboren is op 3 mei 1901 en gestorven op 9 december 1975, laatste woonplaats St. Thomas? Of een van de anderen die genoemd worden op MyHeritage?


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

17 december 1922

Nog heel wat sprekers op St. Jan

Zondag 17 December

Vannacht nogal veel last gehad van muskieten. Het net is vol gaten. Vanavond waren de meeste bulten alweer verdwenen. Daar Hatt en ik beide bij nader inzien onze kampeerplaats niet heel geschikt achtten en de heer Petit ons eveneens sterk afried zoo dicht bij [-de] het strand te kampeeren, besloten we Dr. Mortensen permissie te vra-

                                                                          29

gen onze tenten op zijn erf óp te slaan. Daar de Hatten zich nog slap voelden (Hatt had ’s nachts weer koorts gehad) ging ik om 2 uur alleen naar Dr. Mortensen. Deze was weer een en al welwillendheid. Op een omheinde ruimte vlak achter zijn huis, waar enkele vruchtboompjes staan, en waar we ook eenigszins beschut zijn voor den wind, zullen we nu morgen ons kampement opslaan. Dr. Mortensen’s huismeisje, Charlotte, bracht me een kop uitstekende thee zonder melk met een paar sneetjes brood. De heenweg had ik, zeer op mijn gemak, afgelegd in 5 kwartier, de terugweg nam [-*..*] maar 35 minuten. Tegen 6 uur was ik weer thuis en bracht met de Hatten een bezoek aan den heer Holst, die Hatt een collectie voor het Kopenh. mus. cadeau gaf, bestaande o.a. uit voorwerpen die de Booy hoogstwaarschijnlijk indertijd door zijn arbeiders ontstolen zijn en aan Holst te koop waren geboden. H. had ze gekocht met de bedoeling ze, zoodra zich de gelegenheid voordeed, aan het Kopenh. mus. te geven. We dronken cocktails; gelukkig was het pas 7 uur. Na het eten in het hotel koffers pakken. Onze dikke winterkleeren blijven in een van mijn hutkoffers hier achter. [-*Hatt*] De heer Thiele (eveneens Deen) dien we bij de Holsten ontmoetten deelde mij mede, dat het zoogenaamde “Creoolsch” dat door sommige negers ook op St. Thomas nog gesproken wordt, naar zijn meening inderdaad Negerhollandsch is. Op St. Jan zijn volgens hem nog heel wat menschen te vinden die het spreken.

Het Kopenh. mus. is niet het Kobenhavns Museum, maar het Nationalmuseet. Hier worden nog steeds de artefacten die door De Josselin de Jong, Hatt en hun assistenten opgegraven zijn bewaard.

Afbeelding van het Prinsens Palais in Kopenhagen, waarin het Nationalmuseet huist. (Via Wikimedia Commons)


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

16 december 1922

Voorbereiding op het veldwerk: potscherf en schelphoop

Zaterdag 16 December

Hatt heeft [-*vann*] ’S nachts weer koorts gehad en allebei

                                                                          27

hadden ze een zeer pijnlijke gezwollen arm. Vanavond nog was Hatt’s arm gezwollen tot onder de elleboog en veroorzaakte de minste aanraking hevige pijn. Na het ontbijt hebben wij eerst met Rasmussen nog eenige inkoopen gedaan: bijlen, hakmessen, schoppen e.d.m; ook een koeltas en een paar ligstoelen (3 dollar per stuk). Ik probeerde vergeefs aan de bank mijn Deensch geld te wisselen, en haalde 50 dollar, die me werden uitbetaald in plaatselijk geld met 4% voordeel. Ik ontving 259 goudfranken, dus 1 frank provisie voor de bank, Terwijl ik er stnd te wachten kwamen verscheiden negers [-*..*] Amerikaansch geld tegen plaatselijk geld inwisselen. Een gewoon verschijnsel is dat ze de ontvangen biljetten zoo nonchalant opnemen dat een of meer blijven liggen, wat ze dan niet eens merken. Terwijl ik er stond zag ik het gebeuren. De bakbeambte vertelde me dat hij dat iedere dag zag. Na de lunch en een korte rust gingen we met <den> [-*…*] heer [-Jepsen] Hansen en d.h. Jepsen die ook in ’t hotel woont naar Krumbay, ongeveer een uur gaans maar gelukkig zonder klimmen of dalen, waar een schelphoop heet te zijn. We maakten kennis met den ouden heer Monsanto die daar woont. Zijn vader heeft daar een werf gehad waar zeilschepen gerepareerd <en gesloopt> werden. Het ligt er nog vol met oude masten en andere rommel. Na een heerlijk bad in de baai bracht de oude man ons naar de schelphoop. Het is blijkbaar een groote, voorzover we zien konden aan een openliggende zijde, hoofzakelijk schelpen, maar we vonden toch ook een potscherf. het is in ieder geval een nader onderzoek waard. Op onzen weg naar huis bezochten we nog, met Jep<pe>sen en Hansen, den reverend Romig,[1] die volgens Monsanto een hoop van schelphoopen in deze streek afweet. Dit bezoek leverde echter heel weinig op. Het eenige nieuws was dat

                                                                          28

hij op den weg naast de schelphoop (die weg behoort er klaarblijkelijk ook toe) een bijtel van schelp had gevonden. Toen we weer thuis waren kwam Griaux den tweeden man die ons zou helpen over een en ander praten. Aanvankelijk wou hij meer hebben dan 1 dollar per dag, maar ten slotte verklaarde hij zich bereid voor dat loon te werken. We vreezen evenwel dat hij voor ’t werk [-*……*] bedorven is. Hij heeft nl. met de Booij gewerkt en wel o.a. op de volgende wijze: de B. gaf hem een getuigschrift waarin staat dat hij volkomen in staat is tot zelfstandig archaeologisch onderzoek en [-*gehee*] absoluut betrouwbaar in geldzaken. Met dit certificaat zond de B. hem naar St. Croix, waar de man zelfstandig voor de B. opgravingen heeft gedaan. De. B. betaalde 60 dollar per maand en bovendien 25 Am. cts voor elk interessant specimen dat ze vonden!!! Na het eten ben ik uitgegaan om de inkoopende en pantoffel-paradeerende menigte in de “Main Street’ te bekijken. Ik woonde een bijeenkomst v.h. leger des heils bij: alleen gekleurden. Twee tamboerijnen en een groote drom, Na elkaar hielden een kleurling, een jong meisje en een jongen (wschl. negers0 een redevoering. Tusschen de redevoeringen gezang begeleid door de tamb. en de trom. Een neger met een keurig wit pak aan en een witte helmhoed op, ging rond met een schaal. Ik offerde [-*…* *…..*] 5 cts.

Schelpengroeve (oftewel ‘midden’) aan de kust van Punta Medanosa, provincie Santa Cruz.


[1] De Josselin de Jong (Het Huidige Negerhollandsch, 1926: 8): ‘Eén naam evenwel zou ik niet gaarne onvermeld laten, dien van Rev. A.B. Romig, Presbyter der Broedergemeente op St. Thomas, in wien ik, behalve een kundig raadsman, een trouw vriend gevonden heb.’


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).