Vanochtend om 8.45 kregen wij St. Thomas in ’t zicht en kort daarna ook Culebra. Om 12 uur lagen wij aan de pier. Onder de eerste officials die aan boord kwamen waren [-*.*] een adjudant v.d. gouverneur vergezeld door den Deenschen consul en [-iemand *……..*] <ol.de waarnemende> Nederlandsche consul[-*….*]. De adj. vd. gouverneur kwam ons namens zijn chef begroeten en ons mededeelen dat er kamers in een hotel voor ons gereserveerd waren en dat hij voor ’t overbrengen van onze bagage zou zorgen. We waren nu opeens personen van gewicht geworden en de stewards die ons totnogtoe alles behalve beleefd behandeld hadden – vermoedelijk omdat Hatt en ik er nogal schunnig uitzagen en in de rookkamer moesten slapen – vlogen nu voor ons. Er werd last gegeven dat onze bagage moest worden opgehaald uit het ruim, wat onder ons toezicht en dat v.d. adjudant des gouverneurs gebeurde. Onze expeditie-uitrusting kan op de pier blijven tot we ze noodig hebben. Vervolgens bracht de adjudant ons in de auto v.d. gouverneur naar Grand Hotel, waar de 2 beste kamers voor ons gereserveerd waren. Hij deelde ons mee dat <ol.het> de gouverneur aangenaam zou zijn als we hem bezochten en stelde voor dat we dat morgenochtend om 10.30 zouden doen. Na ons verkleed en geluncht te hebben gingen we met den Deenschen consul, die ons daartoe met zijn auto was komen halen, weer naar de pier om onze expeditie-uitrusting te inspecteeren. Alles bleek in orde te zijn. Alleen hadden ze er in N.Y. twee handkoffers bijgedaan die niet aan ons, maar blijkbaar aan een of meer immigranten toebehoorden. Ze hadden tenminste een paier met ‘desinfected’ erop, maar geen naam. Ze zullen nu naar N.Y. teruggezon-
20
den worden, maar ’t schijnt al heel twijfelachtig of ze hun eigenaar ooit zullen bereiken.
De Hollandsche consul was met verlof geweest en kwam met dezelfde boot als wij terug. Ongelukkig hadden noch hij, noch ik er eenig idee van gehad dat we niet de eenige Hollander aan boord waren.
Na de uitrusting geïnspecteerd te hebben bracht de chauffeur vd. Deenschen consul ons weer terug naar het hotel, waar we Mevr. Hatt haalden en samen de “stad” in gingen om eenige inkoopen te doen. We kochten o.a. [-*.*]twee palm-beach pakken voor 12 dollar per stuk en ik een panama-hoed voor 3 dollar 45 cts. Tandpasta en een shaving-stick kostten samen 45 cts. De stad maakt een vervallen indruk. De houten huisjes vd. [-negerb] arme negerbevolking zijn onooglijk. Maar van uit de havenkom gezien is het geheel zeer schilderachtig. Na het eten (om 7 uur) [-naa] spraken we eenigen tijd met den heer Petit, een Deen, chef v. h. telegraafkantoor, die zich zeer voor ons onderzoek interesseert en indertijd ook de Booy geholpen heeft. Hij gaf ons de namen van de twee menschen [-de*.*] die voor de Booy gewerkt hebben en diverse nuttige wenken. Het hotel is wel vrij groot, ook de kamers zijn ruim en groot, maar slordig, vuil en verwaarloosd.
Grand Hotel, Charlotte Amalie, US Virgin Islands (Bron: Wikimedia Commons)
Het Grand Hotel is inmiddels The Grand Galleria met allerlei voorzieningen. Zie hier voor deze website.
Theodoor de Booy (Bron: The National Cyclopaedia of American Biography, Volume XVII, 1920, pages 314–315)
In dit verslag lezen we dat men zal gaan samenwerken met mensen die ook al voor De Booy werkten. Over deze Nederlands-Amerikaanse archeoloog die als eerste serieus archeologisch veldwerk verrichtte naar de oudste bewoners van St. Thomas en St. Croix is informatie te vinden op deze wikipedia-site.
In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
’S nachts was het nogal ruw, waardoor we slecht sliepen. Overdag warm, maar een harde wind. Meest zonnig, maar één korte, harde regenbui.
In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Het weer was vandaag weer mooi, maar het woei hard, zoodat het in den avond aan de windzijde wat frisch was om zonder jas te zitten. Wij zijn nu in den passaat. We kunnen pas in St. Thomas bij onze koffers en hebben 11 dollar moeten betalen omdat we meer bagage hebben dan men vrij mag meenemen. Eerst probeerde de purser ons 20 dollar af te zetten door alle bagage op naam van Hatt te zetten. Deze maatschappij plundert haar passagiers wel bijzonder. Voor ons verblijf in de rookkamer moest 75 dollar betaald worden p.p., den gewonen prijs voor bed in 1e-klas-hut. Een dekstoel kost 2 dollar.
In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Van nacht goed geslapen. Men went aan alles. Prachtig zacht zomerweer; meest zonnig. In den avond een tropische regenbui. Deze boot is langzaam; niet meer dan 250-260 mijl per etmaal. We zullen dus niet vóór Woensdag aankomen. Vandaag was niemand meer zeeziek.
In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
[-De] Van nacht konden wij gelukkig wat beter slapen. De verwarming was afgesloten en het uur voor cleaning up
18
was verlaat tot 6 uur. Den heelen dag zacht weer, maar ’s avonds nog wat frisch om zonder jas aan dek te liggen.
In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Onze nacht in de rookkamer was verre van aangenaam. Het was er veel te warm ofschoon wij den heelen nacht een raam open hadden en ’s morgens om 5 uur kwam men de boel al schoonmaken. Weinig geslapen. Vandaag mooi weer; steeds zachter zoodat we van avond tot 11 uur zonder jas buiten gezeten hebben. Het schip galoppeert erg, doordat het geen lading heeft. Veel zeezieken. Ik had er zoo goed als geen last van. Mevr. Hatt was weer erg zeeziek. Gelukkig is vanavond de verwarming afgesloten. Het was niet om uit te houden. Het eten hier is veel minder dan op de Lituania en de bediening laat ook te wenschen over. Alle bedienden zijn negers.
In deze podcastaflevering las ik 6, 7 en 8 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 15 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Vanochtend na het ontbijt een wandeling gemaakt langs
17
Riverside. Vervolgens per elevated naar Battery place en daar een taxi genomen die ons voor 3 dollars naar de boot bracht. Wij waren daar om 12.30 en moesten tot over 1.30 in de kou staan wachten – met alle andere passagiers saamgedreven achter een touw – tot een U.S. custom officer zoo vriendelijk was onze papieren te inspecteeren. Het sneeuwde en mistte; koud. We kwamen eenigszins verkleumd en zeer hongerig – na het ontbijt niets gegeten – aan boord. Om 4 uur thee met koekjes. Ongeveer 3.15 langzaam opgestoomd. Buiten de haven klaarde het op. Regenbuien, maar nu opeens zacht. Het is onpleizierig vol op de boot. Veel zwarte en bruine gezichten.
De Josselin de Jong en het echtpaar Hatt reisde met het schip Guiane van de Quebec Steamboat Company naar St. Thomas. Hieronder een afbeelding van de Bermudian, een vergelijkbaar schip. Zie hiervoor ook mijn post op deze website van 30 november 2021.
“The deep sea passenger ship Bermudian joined the company as part of the Quebec Steamship Division in December 1913. The following year the vessel was used to carry the first contingent of Canadian troops to Europe but returned to CSL service until being requisitioned again in 1917. By the end of the war Bermudian was listed as sunk at Alexandria, Egypt, but was repaired and eventually sold.” Photo: Shipsearch Marine, courtesy of Skip Gillham, Via Wikimedia Commons.
In deze podcastaflevering las ik 6, 7 en 8 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 15 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Afscheid van Amerikaanse collega’s en gezellig praatje met Franz Boas
Woensdag 6 December
Vanochtend na het ontbijt naar het Heye Museum. We maakten daar kennis met Harrington die zich
16
zeer behulpzaam en welwillend betoonde. Hij liet de kasten voor ons openmaken zoodat we de nummers konden noteeren van voorwerpen waarvan we foto’s willen hebben. Hatt exploreerde de Virgin Islands, Porto Rico, Santo Domingo en Jamaica en ik alle verdere (kleine) eilanden en Venezuela. Boas telefoneerde om ons uit te noodigen om 7 uur met hem te eten in de Faculty club in [-*…*] Columbia University en Hodge inviteerde ons om met hem te gaan lunchen in een restaurant in de buurt. Na de lunch doorgewerkt tot + 4.30; toen waren we zoowat klaar. Uit St. Thomas zullen we Hodge een lijst zenden van de specim. die we uitgekozen hebben en hij zal ons bij benadering den kostprijs v. fotogr. afdrukken opgeven. Ik zal dan Juynboll schrijven of ik ze voor het Leidsche museum koopen kan. Van het Heye Mus. nog even naar het Am. Mus. of Nat. Hist. waar we onze kaart v. S. Domingo haalden, die men gratis keurig voor ons had opgeplakt en afscheid namen van Mead. Om 6 uur kwam Goddard ons halen aan ‘t hotel en per tram (Broadway) gingen naar Columbia University, waar we ontvangen werden door Boas en een van zijn dochters. De andere genoodigden waren Mr. en Mrs. Nelson, Goddard en Wissler. Ik zat naast Boas en had een gezellig praatje met hem; alleen is hij moeilijk te verstaan. Om + 10 uur braken we op. Het was een [-op] niet ongezellige avond. Opmerkelijk ongemanierd zitten deze Amerikanen aan tafel. En Boas zag er wel wat vies uit, zoo bijv. zijn nagels; maar ze waren allen erg vriendelijk.
Franz Boas (1858-1942), ongeveer 1915, Canadian Museum of History, via Wikimedia Commons.
In deze podcastaflevering las ik 6, 7 en 8 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 15 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
[-*Grote…*] Vannacht geslapen van 9.30 tot 7.30. Van morgen na het ontbijt eerst met ons drieën naar het kantoor van de Compagni waar we volgens afspraak
15
om 10 uur aankwamen. Vandaar met iemand v. ‘t kantoor naar de Quebec Line, daar onze tickets nog niet gearriveerd waren. Na lang wachten en veel geharrewar kregen we deze. toen naar het customhouse waar we vragen moesten beantwoorden en paperassen teekenen en onze permits kregen om de U.S. te verlaten. Tevens kregen we papieren die we naar de Comp. moesten brengen en op vertoon van welke de Comp. onze bagage op de pier naar de andere boot zal kunnen vervoeren. Dit alles nam + 1 ½ uur. Daar we toch in Battery place waren hebben we toen nog een kort bezoek gebracht aan het aquarium en zijn vervolgens teruggeraasd naar het Am. Mus. (Mevr. Hatt naar ’t hotel) waar Hatt en ik tot 2 uur hebben rondgekeken (voorn. Noordamerik. oudheden). Daarna met ons tweeën geluncht en per subway naar ’t Heye Mus. (Mevr. Hatt bleef in ’t hotel). Daar we bij het overstappen in een verkeerde subway terecht kwamen en weer terug moesten naar 96th street waren we pas om 4.30 in het Mus. We spraken daar Hodge die ons elk een exemplaar van Harrington’s boek over Cuba gaf en beloofde ons ook de volgende deelen te zullen doen toekomen. Hodge maakt een prettige indruk. Om 5,30 terug naar ’t hotel waar om 6.30 Mr. en Mrs. Nelson kwamen en ons uitnoodigden met hen te eten in ons hotel. Zij zijn gisteren uit Europa teruggekomen en wisten nog niet waar ze vannacht zouden slapen. Zij waren in Frankrijk, Engeland, Duitschland en Denemarken geweest om archaeologica voor het Mus. te koopen.
Meer weten over de Quebec Line? Lees dan de post op deze site van 30 november 2021.
In deze podcastaflevering las ik 3, 4 en 5 december voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 7 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Nu ook naar het Heye-museum, Broadway-157th street
Maandag 4 December
’S morgens zijn wij van 9-12 in het Am. mus. of Nat. Hist. geweest. Daar wordt [-*on*] de groote kaart van Santo Domingo die we leken gekregen te hebben, in stukken gesneden en op linnen geplakt: er is een boekbinder in het museum. We hebben Mead inlichtingen gevraagd omtrent die aggri-kralen in het
14
Pachacamac-snoer. Zij horen er niet in. Een aantal kralen, die gevonden heeten te zijn in Pachacamac, zijn willekeurig aan een snoer geregen. Misschien is geen enkele ervan werkelijk Oudperuaansch; dat volgt tenminste uit Mead’s mededeelingen al schijnt hijzelf die conclusie niet te trekken. Hij heeft ons een massa stukken oudper. weefsel getoond, die hij in groote ijzeren trommels in zijn kamer bewaard – zonder eenige orde door elkaar gesmeten. Zijn kamer is vies en slordig in de hoogste mate. We hebben verder Centraal-Amerika en Mexico bekeken en Noord-Amerika vluchtig. Ook de Europ. praeh. afdeling, die door Nelson verzorgd wordt: heel leerzaam. De “eolithen” die daar tentoongesteld zijn geven weinig vertrouwen in de theorie. ‘Smiddags na de lunch zijn we naar het Heye-museum gegaan (Broadway- 157th street). Het is uitstekend ingericht, een nieuw gebouw trouwens. We hebben bekeken Noord- en Centraal-Amerika en vooral veel tijd besteed aan de W. Ind. verzameling: een massa belangrijk studiemateriaal, maar geen aanwijzingen omtrent stratigraphie. Zeer overvloedig voorzien van etiketten, maar die etiketten getuigen dikwijls van opmerkelijk weinig inzicht. De N. Am. collectie is quantitatief rijk, maar werkelijk mooie, oude stukken vindt men er betrekkelijk weinig. Geen wonder, daar de verzameling in de laatste jaren eerst bijeen is gebracht. Om 5 uur naar huis en gesoupeerd met vruchten en cake. Kleine sigaren gekocht (import uit Porto Rico) voor 2 Am. cts. per stuk. Reusachtige bananen 6 voor 25 cts.
In deze podcastaflevering las ik 3, 4 en 5 december voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 7 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923
13 december 1922
Wat een ontvangst op St. Thomas!
Woensdag 13 December
Vanochtend om 8.45 kregen wij St. Thomas in ’t zicht en kort daarna ook Culebra. Om 12 uur lagen wij aan de pier. Onder de eerste officials die aan boord kwamen waren [-*.*] een adjudant v.d. gouverneur vergezeld door den Deenschen consul en [-iemand *……..*] <ol.de waarnemende> Nederlandsche consul[-*….*]. De adj. vd. gouverneur kwam ons namens zijn chef begroeten en ons mededeelen dat er kamers in een hotel voor ons gereserveerd waren en dat hij voor ’t overbrengen van onze bagage zou zorgen. We waren nu opeens personen van gewicht geworden en de stewards die ons totnogtoe alles behalve beleefd behandeld hadden – vermoedelijk omdat Hatt en ik er nogal schunnig uitzagen en in de rookkamer moesten slapen – vlogen nu voor ons. Er werd last gegeven dat onze bagage moest worden opgehaald uit het ruim, wat onder ons toezicht en dat v.d. adjudant des gouverneurs gebeurde. Onze expeditie-uitrusting kan op de pier blijven tot we ze noodig hebben. Vervolgens bracht de adjudant ons in de auto v.d. gouverneur naar Grand Hotel, waar de 2 beste kamers voor ons gereserveerd waren. Hij deelde ons mee dat <ol.het> de gouverneur aangenaam zou zijn als we hem bezochten en stelde voor dat we dat morgenochtend om 10.30 zouden doen. Na ons verkleed en geluncht te hebben gingen we met den Deenschen consul, die ons daartoe met zijn auto was komen halen, weer naar de pier om onze expeditie-uitrusting te inspecteeren. Alles bleek in orde te zijn. Alleen hadden ze er in N.Y. twee handkoffers bijgedaan die niet aan ons, maar blijkbaar aan een of meer immigranten toebehoorden. Ze hadden tenminste een paier met ‘desinfected’ erop, maar geen naam. Ze zullen nu naar N.Y. teruggezon-
20
den worden, maar ’t schijnt al heel twijfelachtig of ze hun eigenaar ooit zullen bereiken.
De Hollandsche consul was met verlof geweest en kwam met dezelfde boot als wij terug. Ongelukkig hadden noch hij, noch ik er eenig idee van gehad dat we niet de eenige Hollander aan boord waren.
Na de uitrusting geïnspecteerd te hebben bracht de chauffeur vd. Deenschen consul ons weer terug naar het hotel, waar we Mevr. Hatt haalden en samen de “stad” in gingen om eenige inkoopen te doen. We kochten o.a. [-*.*]twee palm-beach pakken voor 12 dollar per stuk en ik een panama-hoed voor 3 dollar 45 cts. Tandpasta en een shaving-stick kostten samen 45 cts. De stad maakt een vervallen indruk. De houten huisjes vd. [-negerb] arme negerbevolking zijn onooglijk. Maar van uit de havenkom gezien is het geheel zeer schilderachtig. Na het eten (om 7 uur) [-naa] spraken we eenigen tijd met den heer Petit, een Deen, chef v. h. telegraafkantoor, die zich zeer voor ons onderzoek interesseert en indertijd ook de Booy geholpen heeft. Hij gaf ons de namen van de twee menschen [-de*.*] die voor de Booy gewerkt hebben en diverse nuttige wenken. Het hotel is wel vrij groot, ook de kamers zijn ruim en groot, maar slordig, vuil en verwaarloosd.
Grand Hotel, Charlotte Amalie, US Virgin Islands (Bron: Wikimedia Commons)
Het Grand Hotel is inmiddels The Grand Galleria met allerlei voorzieningen. Zie hier voor deze website.
Theodoor de Booy (Bron: The National Cyclopaedia of American Biography, Volume XVII, 1920, pages 314–315)
In dit verslag lezen we dat men zal gaan samenwerken met mensen die ook al voor De Booy werkten. Over deze Nederlands-Amerikaanse archeoloog die als eerste serieus archeologisch veldwerk verrichtte naar de oudste bewoners van St. Thomas en St. Croix is informatie te vinden op deze wikipedia-site.
In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.
De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Bron:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Leave a comment
Posted in De Josselin de Jong, KITLV, Manuscripts, metalinguistic comments