Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

15 december 1922

Voorbereiding op het veldwerk: kleding en assistenten

Vrijdag 15 December

Vannacht slecht geslapen, zeker niet meer dan 2 uur, waarschijnlijk ten gevolge van het gebruik v. alcohol vóór en onder het middageten bij onze vriendelijke gastheeren. Ook aanmerkelijke ergernis over de ontdekking dat mijn werkpakken (Jagershuis) zoo slecht genaaid zijn dat ik alle naden zal moeten laten overnaaien met veel sterker garen. Ik moet vooral niet vergeten zooveel mogelijk menschen <ol.tegen> dien bedrieger te waarschuwen. Overigens voldoet mijn uitrusting, voorzoover ik er nu al over kan oordeelen, uitstekend. De kleurling hier bij wien ik mijn palmbeach-pakken heb gekocht, Trepuk, is ook een bedrieger. De jas gaat onder de armen stuk. Eén heb ik al geruild en nu begint ’t nieuwe exemplaar ook al te scheuren. Hij zal ’t moeten terugnemen. Hatt heeft eveneens slecht geslapen[-*…..*] door “te veel impressies” (en de alcohol natuurlijk). Vanochtend na het ontbijt zijn we eerst met ons drieën naar het hospitaal gegaan en hebben ons op advies van verschillende zijden laten vaccineeren tegen typhus. Over 10 en 20 dagen krijgen we nog een injectie en daartusschen door zal de inenting tegen pokken plaats hebben. Bij een zwarten schoenmaker liet ik de spijkers uit de binnenkant van mijn bruine schoenen weghameren. Ook legde hij er zooltjes in van dun, zacht leer, samen voor 25 Am. cts. In het hotel teruggekomen lieten we een “lunch” voor Hatt en mij klaarmaken om mee te nemen (bananen, geroosterd brood en een flesch koffie zonder suiker), alles in een mandje. Mevr. Hatt bleef thuis. We hadden gehoopt om 12 uur bij Rasmussen te kunnen zijn, den opzichter-zaakwaarnemer van Dr. Mortensen, die ons volgens M. den weg zou kunnen wijzen naar de

                                                           24

vindplaatsen van De Booy en ons raadgeven inzake arbeiders e.d.m. Maar het [-be] toebereiden van de “lunch” duurde zoo lang (alles duurt hier lang) dat we pas om 11.45 konden vertrekken en dus op het heetst van den dag de helling moesten beklimmen. Het was drukkend warm zoolang we buiten bereik van den wind waren en de lunch en het fotografietoestel wogen zwaar, maar toen we hooger kwamen werd het lekker koel. We ontmoetten onderweg een dikke, bejaarde, eenigszins creoolsch uitziende dame met een zwart zijden blouse aan, gezeten op een ezel en aan den eenen kant ondersteund door een jong meisje en aan den anderen kant door een hevig zweetenden zwarten bediende die eén arm om haar middel geslagen had. en met de andere hand naar achteren de ezel sloeg. Hatt vond dit tooneel zoo schilderachtig dat hij het fotografeeren wou, waar[-mee] <ol.tegen> de dame niet het minste bezwaar had; integendeel, ze had juist tegen haar gezelschap gezegd: nu moesten we een kiektoestel bij ons hebben! Wij waren dus als door een hoogere macht gezonden! Dit was haar eerste les in het ezelrijden. We maakten kennis. De familie heet La Beet en woont op Ma Folie. We moeten ze bij gelegenheid opzoeken. Na een hartelijk afscheid [-ge] gevoegden we verder. Bij Rasmussen, een ouden Deenschen ex-korporaal, getrouwd met een negerin (de kinderen zijn zeer zwart) vonden we een zeer vriendelijke ontvangst. We zeiden dat we graag in de schaduw onze lunch wilden opeten en als \t wat afgekoeld was de Booy’s vindplaats bezoeken. Er werd een tafeltje met een schoon servet *e*n twee stoelen voor ons buitengebracht [-*.*], maar het beste wat de menschen ons aan te bieden hadden, een kan frisch regenwater, een kostbaar iets hier, moesten

                                                           25

we helaas weigeren, daar iedereen ons zoo sterk heeft afgeraden ongekookt water te drinken. Rasmussen, die nog vrij gemakkelijk Deensch spreekt, hoewel niet correct, moest natuurlijk zooals velen zijn hart uitstorten over de verkoop vd. eilanden aan de Yankees: geen schepen in de haven, geen werk, honger, alles [-tegen] tengevolge van de “prohibitions”, d.w.z. den fnuikende [-…*] gevolgen daarvan voor de bay-rum-industrie. Om 2 uur gingen we, vergezeld door Rasmussen’s oudsten zoon die op ons verzoek een spa, en uit eigen initiatief een lang kapmes en een soort schoffelachtige houweel meenam, op weg de helling af naar Magens bay. Hatt die al een poos pijn in zijn gevaccineerde arm had kreeg onderweg een koortsaanval en moest rusten. Hij wou niet terug en dat was goed ook, want dan had hij de helling weer op moeten klimmen. Als het erger geworden was hadden we hem van beneden met een kar naar huis kunnen brengen. Gelukkig knapte hij na een poos weer op, al was hij klaarblijkelijk niet heelemaal koortsvrij. Ik voelde niets, alleen een heel klein beetje pijn, nauwelijks pijn te noemen, in mijn bovenarm. Bij de baai aangekomen inspecteerden we eerst de Booy’s vindplaats en vervolgens liet Hatt een proefgat hakken in een gelijksoortige terreinverheffing in de buurt, ongeveer in het hoogste gedeelte. Onmiddelijk stieten we daar op onmiskenbare kitchen-midden afval: potscherven, massa’s schelpen en stukjes vischgraat en been. Op 80 cM diepte hadden we den zandige ondergrond bereikt, maar moesten bij gebrek aan tijd het werk staken. Hatt’s voornemen is nu om in de buurt eerst een aantal proefgaten te laten maken om de grootte van het kitchen-midden ongeveer te kunnen vaststellen. Het is jammer dat er een moerasje in

                                                           26

de buurt is, zoodat er veel muskieten zijn. We liepen in de + 2 uur dat we aan \t werk waren vele beten op <um.De meeste daarvan waren evenwel, zooals later bleek, van “[-*zandvlieg*] <ul.sandflies>”, een [-*….*] insect als een miniatuurvliegje, afkomstig> Radmussen staken ze niet. Vervolgens toonde r. ons de plaats die M. voor ons kampement bestemd heeft, vlak bij het strand a.d. baai, een mooi plekje in de schaduw van hooge boomen, waar bovendien de zeebries toegang heeft. Wij zijn van plan Maandag hier onze tenten op te slaan. Rasmussen hebben we gehuurd voor 1 dollar per dag. Morgenochtend zal hij om 8 uur bij ons komen om ons te helpen bij het koopen van nog enkele graafinstrumenten enz. en deze vast meenemen. Op onzen terugweg huurden we een tweeden helper Louis Griaux, een mixed-blood, die Maandagochtend vroeg met Rasm. present zal zijn. Na een kort bezoek aan Dr. M. dien we met een verslag van dit eerste resultaat verblijdden en bij wien we naar hartelust in koelkamer afgekoeld water dronken, aanvaardden we den terugweg naar het hotel waar we 6.15 aankwamen, zeer vermoeid. Na het eten voelde Hatt zich weer zieker en ging naar bed. Hij en zijn vrouw hebben allebei hevige pijn in hun heele linkerarm en een flinke bult op de entplaats. Bij mij is die plek alleen wat rood en misschien eenietsje gezwollen; ik voel de plaats, maar van “pijn” is geen sprake.

Het is geen wonder dat de Booy’s 4 maanden fieldwork op dit eiland zoo weinig hebben opgeleverd. Hij logeerde al dien tijd in de stad en verscheen iederen morgen om 10 uur of zoo te paard op het terrein. De negers waren dan al een poos aan ’t werk en konden natuurlijk naar hartelust stelen.

Via Wikimedia Commons: Magens Bay, St. Thomas, US Virgin Islands, 29 June 2012, by dbking. https://www.flickr.com/photos/bootbearwdc/7505473892/


In deze podcastaflevering las ik 14 en 15 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

14 december 1922

De gouverneur, Dr. Mortensen en mevrouw Holst

Donderdag 14 December

Vannacht van 11 uur tot + 7 uur geslapen. Alle vermoeienis van de zeereis en het tekort aan slaap weg. Het ontbijt bestond uit “corn-flakes” met melk, een banaan en spiegeleieren met toast en koffie. Na het ontbijt gingen Hatt en ik even de stad in, hij om wat bay-rum te koopen en ik om me van een paar witte

                                                           21

linnen schoenen te voorzien. Ik kocht een heel goed paar voor 2.50 dollar. De man in de bay-rum-store vertelde ons dat de prohibition-menschen deze industrie veel kwaad doen. Ze willen gedaan zien te krijgen dat alle bay-rum door vermenging met salicyl absoluut ondrinkbaar gemaakt wordt. Men kan nu dit goedje al koopen. maar totnogtoe is de zuivere bay-rum ook nog te krijgen. Om 11.20 kwam de adj. v.d. gouverneur ons met diens auto halen; ook de 2 consuls waren er. De gouverneur ontving ons zeer vriendelijk. Hij begon met ons de heele correspondentie voor te lezen die over onze [-komst] expeditie-plannen gevoerd was en vervolgens vertelde hij ons dat hij een aantal adressen [-van] had verzameld van personen op de Virgin Islands die ons misschien nuttige inlichtingen zouden geven. Hij zou ons zijn gegevens in den vorm van een schriftelijk memorandum toezenden. Gedurende het onderhoud rookten we sigaretten. Nadat ook nog de adj. en de 2 consuls het hunne hadden bijgedragen was het onderhoud afgeloopen. De gouvern. zeide ons steeds[-*…..*] <ol.wanneer> zulks mogelijk bleek, te zullen helpen. Zoo konden we per gouvernementsmotorboot worden vervoerd naar de 2 andere eilanden. De auto bracht ons daarna naar het hotel terug. De Deensche consul noodigde ons voor vanavond ten eten. Na de lunch bleven we tot twee uur in het hotel en gingen daarna op weg naar de plantage van Dr. Mortensen, vroeger quarantaine-dokter in St. Thomas, nu sinds 4 jaar een soort van [-pl*…*] planter of heerenboer dicht bij Magens Bay, waar de Booy zijn belangrijkste vondsten deed. De wandeling erheen gaat dwars door het eiland, over den heuvelrug. Dus eest klimmen, dan weer dalen. Het uitzicht is voortdurend onbeschrijfelijk mooi. We hadden

                                                           22

het geluk onderweg geen stortbui te krijgen. Dr. M. ontving ons allerhartelijkst. Hij had al lang van ons gehoord en al een geschikte plaats op zijn bezitting, dicht bij Magens bay schoon laten maken voor ons kampement. Hij is overtuigd dat er meer middens te vinden zijn en drong er erg op aan dat we een grondig onderzoek zouden instellen. We kunnen op zijn hulp in alle opzichten rekenen. Hij kent de menschen die met de Booy gewerkt hebben ook; een van hen is in zijn dienst en als we weer bij hem komen zal hij ons dien man meegeven als gids. We kunnen dan de Booys vindplaatsen onderzoeken. Een andere Deen dien we bij Dr. M. ontmoetten de hr. Torny noodigde ons voor <ol.van>avond bij zich aan huis, maar daar we naar Commander Laub, den Deenschen consul, moesten, konden we niet langer dan + 3 kwartier in zijn huis zijn. We ontmoetten daar ook Mr. en Mrs. Holst, ook zeer geïnteresseerd in het arch. onderzoek. Mr. Holst heeft zelf folklore verzameld onder de negers en op populaire manier in het Deensch gepubliceerd. Zijn vrouw deelde mij mee dat er vermoedelijk ook op St. Thomas nog wel negers zijn die [-neger] negerhollandsch kennen, maar ik denk dat dat een soort lingua franca is van lateren oorsprong. Ook het taaltje van de Cha-Cha, de gedegenereerde blanke visschersbevolking in de buurt vd. stad, moet interessant zijn. Het staat bekend onder den naam v. patois en deze menschen beweren <ol.voor een deel> afkomstig te zijn van het Fr. deel v. St. Martin. Tegen 7.30 gingen we per taxi naar de familie Laub die een prachtig huis bewoond, hoog op de helling. We hadden daar een heel gezelligen avond. Mr*s* Laub is hier pas 4 weken.


Hatt en De Josselin de Jong gaan op bezoek bij de gouverneur. Dat is op dat moment Henry Hughes Hough. Meer informatie over hem is te vinden op de Engelstalige wikipedia-site over hem. Die vindt u hier.

Henry Hughes Hough in 1916.jpg
Hough in 1916 (Via Wikipedia)

Dr. Mortensen blijkt wel heel belangrijk voor de archeologische expeditie. Op zijn terrein komt het kamp en hij zorgt voor contacten, bemiddeling en proviand. Over hem weet ik niet meer dan we in het dagboek kunnen lezen. Waar zijn estate precies was, weet ik nu nog niet. Latere aanwijzingen in de tekst wijzen op een plek in de buurt van Canaan. In deze omgeving is tegenwoordig de Magens Bay Beach Trail die volgens mij lijkt op het pad dat de archeologen en hun helpers vanaf nu dagelijks moesten nemen. Het is een afstand van ongeveer 2,9 kilometer.

Hier, maar ook verderop komen de Chacha’s van St. Thomas aan bod. Over hun taal is het volgende werk gepubliceerd in 1979 bij Karoma Press.


In deze podcastaflevering las ik 14 en 15 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

13 december 1922

Wat een ontvangst op St. Thomas!

Woensdag 13 December

Vanochtend om 8.45 kregen wij St. Thomas in ’t zicht en kort daarna ook Culebra. Om 12 uur lagen wij aan de pier. Onder de eerste officials die aan boord kwamen waren [-*.*] een adjudant v.d. gouverneur vergezeld door den Deenschen consul en [-iemand *……..*] <ol.de waarnemende> Nederlandsche consul[-*….*]. De adj. vd. gouverneur kwam ons namens zijn chef begroeten en ons mededeelen dat er kamers in een hotel voor ons gereserveerd waren en dat hij voor ’t overbrengen van onze bagage zou zorgen. We waren nu opeens personen van gewicht geworden en de stewards die ons totnogtoe alles behalve beleefd behandeld hadden – vermoedelijk omdat Hatt en ik er nogal schunnig uitzagen en in de rookkamer moesten slapen – vlogen nu voor ons. Er werd last gegeven dat onze bagage moest worden opgehaald uit het ruim, wat onder ons toezicht en dat v.d. adjudant des gouverneurs gebeurde. Onze expeditie-uitrusting kan op de pier blijven tot we ze noodig hebben. Vervolgens bracht de adjudant ons in de auto v.d. gouverneur naar Grand Hotel, waar de 2 beste kamers voor ons gereserveerd waren. Hij deelde ons mee dat <ol.het> de gouverneur aangenaam zou zijn als we hem bezochten en stelde voor dat we dat morgenochtend om 10.30 zouden doen. Na ons verkleed en geluncht te hebben gingen we met den Deenschen consul, die ons daartoe met zijn auto was komen halen, weer naar de pier om onze expeditie-uitrusting te inspecteeren. Alles bleek in orde te zijn. Alleen hadden ze er in N.Y. twee handkoffers bijgedaan die niet aan ons, maar blijkbaar aan een of meer immigranten toebehoorden. Ze hadden tenminste een paier met ‘desinfected’ erop, maar geen naam. Ze zullen nu naar N.Y. teruggezon-

                                                           20

den worden, maar ’t schijnt al heel twijfelachtig of ze hun eigenaar ooit zullen bereiken.

De Hollandsche consul was met verlof geweest en kwam met dezelfde boot als wij terug. Ongelukkig hadden noch hij, noch ik er eenig idee van gehad dat we niet de eenige Hollander aan boord waren.

Na de uitrusting geïnspecteerd te hebben bracht de chauffeur vd. Deenschen consul ons weer terug naar het hotel, waar we Mevr. Hatt haalden en samen de “stad” in gingen om eenige inkoopen te doen. We kochten o.a. [-*.*]twee palm-beach pakken voor 12 dollar per stuk en ik een panama-hoed voor 3 dollar 45 cts. Tandpasta en een shaving-stick kostten samen 45 cts. De stad maakt een vervallen indruk. De houten huisjes vd. [-negerb] arme negerbevolking zijn onooglijk. Maar van uit de havenkom gezien is het geheel zeer schilderachtig. Na het eten (om 7 uur) [-naa] spraken we eenigen tijd met den heer Petit, een Deen, chef v. h. telegraafkantoor, die zich zeer voor ons onderzoek interesseert en indertijd ook de Booy geholpen heeft. Hij gaf ons de namen van de twee menschen [-de*.*] die voor de Booy gewerkt hebben en diverse nuttige wenken. Het hotel is wel vrij groot, ook de kamers zijn ruim en groot, maar slordig, vuil en verwaarloosd.

Grand Hotel, Charlotte Amalie, US Virgin Islands (Bron: Wikimedia Commons)

Het Grand Hotel is inmiddels The Grand Galleria met allerlei voorzieningen. Zie hier voor deze website.

Theodoor de Booy (Bron: The National Cyclopaedia of American Biography, Volume XVII, 1920, pages 314–315)

In dit verslag lezen we dat men zal gaan samenwerken met mensen die ook al voor De Booy werkten. Over deze Nederlands-Amerikaanse archeoloog die als eerste serieus archeologisch veldwerk verrichtte naar de oudste bewoners van St. Thomas en St. Croix is informatie te vinden op deze wikipedia-site.


In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

12 december 1922

Eén korte, harde regenbui

Dinsdag 12 December

’S nachts was het nogal ruw, waardoor we slecht sliepen. Overdag warm, maar een harde wind. Meest zonnig, maar één korte, harde regenbui.


In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

11 december 1922

Wij zijn in den passaat

Maandag 11 December

Het weer was vandaag weer mooi, maar het woei hard, zoodat het in den avond aan de windzijde wat frisch was om zonder jas te zitten. Wij zijn nu in den passaat. We kunnen pas in St. Thomas bij onze koffers en hebben 11 dollar moeten betalen omdat we meer bagage hebben dan men vrij mag meenemen. Eerst probeerde de purser ons 20 dollar af te zetten door alle bagage op naam van Hatt te zetten. Deze maatschappij plundert haar passagiers wel bijzonder. Voor ons verblijf in de rookkamer moest 75 dollar betaald worden p.p., den gewonen prijs voor bed in 1e-klas-hut. Een dekstoel kost 2 dollar.


In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

10 december 1922

Een langzame boot

Zondag 10 December

Van nacht goed geslapen. Men went aan alles. Prachtig zacht zomerweer; meest zonnig. In den avond een tropische regenbui. Deze boot is langzaam; niet meer dan 250-260 mijl per etmaal. We zullen dus niet vóór Woensdag aankomen. Vandaag was niemand meer zeeziek.


In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

9 december 1922

Een dag van twee regels

  Zaterdag 9 December

[-De] Van nacht konden wij gelukkig wat beter slapen. De verwarming was afgesloten en het uur voor cleaning up

                                                           18

was verlaat tot 6 uur. Den heelen dag zacht weer, maar ’s avonds nog wat frisch om zonder jas aan dek te liggen.


In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

8 december 1922

Zonder jas buiten op een galopperend schip

Vrijdag 8 December

Onze nacht in de rookkamer was verre van aangenaam. Het was er veel te warm ofschoon wij den heelen nacht een raam open hadden en ’s morgens om 5 uur kwam men de boel al schoonmaken. Weinig geslapen. Vandaag mooi weer; steeds zachter zoodat we van avond tot 11 uur zonder jas buiten gezeten hebben. Het schip galoppeert erg, doordat het geen lading heeft. Veel zeezieken. Ik had er zoo goed als geen last van. Mevr. Hatt was weer erg zeeziek. Gelukkig is vanavond de verwarming afgesloten. Het was niet om uit te houden. Het eten hier is veel minder dan op de Lituania en de bediening laat ook te wenschen over. Alle bedienden zijn negers.


In deze podcastaflevering las ik 6, 7 en 8 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 15 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

7 december 1922

Op weg naar St. Thomas!

Donderdag 7 December

Vanochtend na het ontbijt een wandeling gemaakt langs

                                                           17

Riverside. Vervolgens per elevated naar Battery place en daar een taxi genomen die ons voor 3 dollars naar de boot bracht. Wij waren daar om 12.30 en moesten tot over 1.30 in de kou staan wachten – met alle andere passagiers saamgedreven achter een touw – tot een U.S. custom officer zoo vriendelijk was onze papieren te inspecteeren. Het sneeuwde en mistte; koud. We kwamen eenigszins verkleumd en zeer hongerig – na het ontbijt niets gegeten – aan boord. Om 4 uur thee met koekjes. Ongeveer 3.15 langzaam opgestoomd. Buiten de haven klaarde het op. Regenbuien, maar nu opeens zacht. Het is onpleizierig vol op de boot. Veel zwarte en bruine gezichten.


De Josselin de Jong en het echtpaar Hatt reisde met het schip Guiane van de Quebec Steamboat Company naar St. Thomas. Hieronder een afbeelding van de Bermudian, een vergelijkbaar schip. Zie hiervoor ook mijn post op deze website van 30 november 2021.

“The deep sea passenger ship Bermudian joined the company as part of the Quebec Steamship Division in December 1913. The following year the vessel was used to carry the first contingent of Canadian troops to Europe but returned to CSL service until being requisitioned again in 1917. By the end of the war Bermudian was listed as sunk at Alexandria, Egypt, but was repaired and eventually sold.” Photo: Shipsearch Marine, courtesy of Skip Gillham, Via Wikimedia Commons.


In deze podcastaflevering las ik 6, 7 en 8 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 15 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

6 december 1922

Afscheid van Amerikaanse collega’s en gezellig praatje met Franz Boas

Woensdag 6 December

Vanochtend na het ontbijt naar het Heye Museum. We maakten daar kennis met Harrington die zich

                                                           16

zeer behulpzaam en welwillend betoonde. Hij liet de kasten voor ons openmaken zoodat we de nummers konden noteeren van voorwerpen waarvan we foto’s willen hebben. Hatt exploreerde de Virgin Islands, Porto Rico, Santo Domingo en Jamaica en ik alle verdere (kleine) eilanden en Venezuela. Boas telefoneerde om ons uit te noodigen om 7 uur met hem te eten in de Faculty club in [-*…*] Columbia University en Hodge inviteerde ons om met hem te gaan lunchen in een restaurant in de buurt. Na de lunch doorgewerkt tot + 4.30; toen waren we zoowat klaar. Uit St. Thomas zullen we Hodge een lijst zenden van de specim. die we uitgekozen hebben en hij zal ons bij benadering den kostprijs v. fotogr. afdrukken opgeven. Ik zal dan Juynboll schrijven of ik ze voor het Leidsche museum koopen kan. Van het Heye Mus. nog even naar het Am. Mus. of Nat. Hist. waar we onze kaart v. S. Domingo haalden, die men gratis keurig voor ons had opgeplakt en afscheid namen van Mead. Om 6 uur kwam Goddard ons halen aan ‘t hotel en per tram (Broadway) gingen naar Columbia University, waar we ontvangen werden door Boas en een van zijn dochters. De andere genoodigden waren Mr. en Mrs. Nelson, Goddard en Wissler. Ik zat naast Boas en had een gezellig praatje met hem; alleen is hij moeilijk te verstaan. Om + 10 uur braken we op. Het was een [-op] niet ongezellige avond. Opmerkelijk ongemanierd zitten deze Amerikanen aan tafel. En Boas zag er wel wat vies uit, zoo bijv. zijn nagels; maar ze waren allen erg vriendelijk.

Franz Boas (1858-1942), ongeveer 1915, Canadian Museum of History, via Wikimedia Commons.


American Museum of Natural History: Curatoren, .Charles W. Mead, Clark Wissler, Clark Wissler, Pliny Earle Goddard, Nels C. Nelson,

Gustav Heye Center: website, Wiki over G.G. Heye Center, Georg Gustav Heye, Frederick Webb Hodge, Mark Raymond Harrington, Boek over Cuba van Harrington.

Columbia University: Franz Boas.

Expeditiegenoten: Gudmund Hatt, Emilie Demant Hatt, J.P.B. de Josselin de Jong.

Werkgever van De Josselin de Jong: Hendrik Juynboll.


In deze podcastaflevering las ik 6, 7 en 8 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 15 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).