Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

3 december 1922

Aggrikralen in oudperuaanse halssnoeren en vals Chimu-aardewerk

Zondag 3 December

Vanochtend vrij laat op, zoodat we pas om 10.30 ontbeten. Een eindje gewandeld en daarna tot 1 uur brieven geschreven. Van 1-5 in het museum geweest ( Zondags alleen v. 1-5 open). In oudperuaansche halssnoeren (Pachacamac) bleken aggri-kralen voor te komen. Hoe zit dat? Onder het zwarte Chimu-aardewerk 3 stukken die wij voor valsch houden. Uit de Deensche en Leidsche verzamelingen hebben wij dergel. stukken als valsch verwijderd. Het is van veel belang voor ons foto’s te krijgen van het Venezuela. aardewerk hier. Om vijf uur zijn we gaan eten (warme lunch voor 50 cts Am.: soup, vleesch groente en aardappelen, pudding of pie en koffie; de porties vleesch zijn enorm groot). Ons ontbijt kostte 40 Am. cts per pers. en omvatte: pap, brood met spiegeleieren, stuk ananas en koffie. Wij hebben het vandaag met 2 maaltijden gedaan.

Chimu aardewerk, Archeologisch museum, Krakow, via Wikimedia Commons

Aggry kralen, Ghana, Museum of London, Kate Sumnall, 2010-08-15 16:24:49 via Wikimedia Commons


In deze podcastaflevering las ik 3, 4 en 5 december voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 7 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

2 december 1922

Lindey, de all-round schurk van de bomaanslag in Wall street

Zaterdag 2 December

Dezen heelen dag verknoeid met beslommeringen met onze bagage. De douanen aan de pier zeiden ons vanochtend dat we naar het custom-house bij Battery place moesten gaan en daar over onze zaak gaan spreken met een zekeren meneer. Dat deden we en dat nam 1 ½ uur. We vernamen dat onze expeditie-uitrusting ongeopend kon worden doorgezonden naar de andere boot en dat onze andere bagage daarbij kon blijven, maar eerst geinspecteerd moest worden. Toen we terugkwamen hebben we eerst aan boord geluncht.

                                                           12

Daarna met onze hutkoffers en handbagage naar de pier waar we nog een poosje moesten wachten op den inspecteerenden beambte, die eveneens aan boord werd gespijzigd. Hij kwam gunstig gestemd bij ons (aan boord had hij het goede der aarde genoten en de kapitein had hem ook nog bewerkt) en toen hij vernam dat de meneer in het custom-house ons zoo welwillend ontvangen had, was ook hij een en al welwillendheid en maakte excuses dat hij ons eerst naar battery-place had gestuurd. Na eenige paperassen-formaliteiten konden we met onze handbagage vertrekken. [-*Al*] Niets was onderzocht en alle andere bagage gaat rechtstreeks van de pier naar de andere boot. Voor die overbrenging wordt gezorgd door het kantoor v.d. Øst. As. Komp. We moeten [D+]<d>aar Dinsdagochtend heen om onze biljetten voor de reis in ontvangst te nemen en dan ook nog even naar het custom-house voor een of andere formaliteit. Door al het oponthoud waren we pas om [-*…*] 3.45 in ons hotel. We hebben twee ineenloopende kamers met badkamer voor 7,50 dollar per dag voor ons drieën. Na wasschen etc. konden we nog net voor 5 uur in het mus. zijn (het sluitingsuur) waar we Mead hoopten te treffen. Hij was er echter niet. Hatt en ik nog even uit geweest. Ik heb 4 slappe boorden gekocht voor ½ dollar samen en Gillette-mesjes. Daar in ons gewone restaurant gegeten: samen doll 1,45. Groot stuk vleesch, aardappelen, wat macaroni met tomatensaus en een kop koffie; heel goed. In de kranten van vanochtend staan artikels over de arrestatie van onzen jood Lindenfeld, onder z’n kameraden bekend onder den naam v. Lindey. Hij wordt beschuldigd (dat is de voorn. beschuld.) van een der aanstokers te zijn geweest van den grooten bomaanslag in Wallstreet. Hij [-*…*] <ol.werd> al

13

een jaar gevangen gehouden in Polen en ’t heeft veel moeite gekocht hem uitgeleverd te krijgen omdat de Polen bang waren voor de bolsjew. regeering in Rusland. L. is een groot vriend van Trotski Men heeft de overbrenging zoo geheim gehouden omdat L. in Amerika machtige handlangers heeft. Het is een all-round schurk. Zelfs die 12 dagen aan boord [-*”daarbij*] heeft hij zijn fatsoen niet kunnen houden: valsch gespeeld.


Hier een berichtje uit het New York Daily News over de arrestatie van Wolfe Lindenfeld. Zie hier het Amerikaanse Wikipedia-artikel over de bomaanslag in Wallstreet van 16 september 1920.


In deze podcastaflevering las ik 1 en 2 december voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 25 oktober 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

1 december 1922

Naar American Museum of Natural History om collega’s te ontmoeten

Vrijdag 1 December

Van ochtend zijn wij eerst naar het kantoor v.d. Øst Asiat. Komp. gegaan, waar we hoorden dat ons niet was toegestaan aan boord te blijven. We kunnen tot morgen blijven en moeten dan onze intrek nemen in een hotel. Ook werd ons meegedeeld dat we niet met de boot van morgen meekunnen, maar moeten wachten tot a.s. Donderdag. We kunnen dat passage krijgen op de “Guyane” van de Quebec Line, rechtstreeks naar St. Thomas. Vervolgens naar een bank om geld te halen en vandaar naar het American Museum of Nat. History, waar we Mead spraken en met hem wat rondkeken. Na geluncht te hebben in een restaurant in de buurt (9th avenue,

                                                           11

[-tegenover] vlak bij Endicott hotel, Alexander’s heet het) waar men een uitstekende warme lunch krijgt voor 50 Am. cts., zijn we kamers gaan bespreken in Endicott (voor ons drieën 3 dollar per dag). De rest van den middag, tot 5 uur, doorgebracht in het mus. Goddard en Wissler gesproken en de W. Ind. en Oud*ge*. collecties gedeeltelijk op ons gemak bekeken. Een recente acquisitie: gouden vazen, type Chimu, [-*..*] gouden borden en eenige andere gouden voorwerpen v.h. type [-*…*] <um.(cvr: zie manuscript voor tekening) e.a.> evident valsch.

Gekocht voor 25000 dollar, tegen Mead’s zin, die natuurlijk ook gezien heeft dat ze valsch zijn. Mooie collectie Marajó-aardewerk. Ook Venezuele-aardewerk – interessant. De ingegrifte ornamenteering van Marajó-aardewerk (na het bakken) is klaarblijkelijk een imitatie van kalebas-snijwerk. Om 5 uur zijn we weer wat gaan eten in hetzelfde restaurant en daarna per elevated en subway terug naar de boot. Die reis neemt minstens 1 ½ uur, zodat ’t ons heel wat tijd besparen zal als we in Endicott zitten. Men doet het best per ferry over te steken naar Battery place en dan de elevated te nemen. In de subway moet men een paar maal overstappen en soms vrij lang wachten.

(Uit: Annual report of the American Museum of Natural History for the year (1896), via Wikimedia Commons)


In deze podcastaflevering las ik 1 en 2 december voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 25 oktober 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

30 november 1922

De eerste dag in New York, inspecteurs en politiemannen

Donderdag 30 November

Gisteren avond zijn wij te N.Y. aangekomen. Na Zondag hebben we nog een flinke storm gehad, nu schuin van achteren, zoodat de bewegingen van het schip rustiger waren. Ik had geen last meer van zeeziekte. Gisteren avond “captain’s dinner”. Om 7.30 ongeveer kwam de loods aan boord. [’s morgens om 5 uur Nantucket light gepasseerd, de laatste 24 uur 340 mijl gemaakt]. In de narrows bleven we liggen. Toen kwam het bootje van de U.S. mail langszij, waarvan de heele bemanning min of meer dronken was. van morgen kwam eerst het bootje v.d. med. dienst met een paar medici aan boord, [-*dat*] voor de eerste inspectie van de 3e en 2e kl. passagiers. Een patiënte (longontsteking) werd op een brancard naar het bootje overgebracht en tevens een aantal 3e of 2e kl. passagiers die om de een of andere reden naar Ellis Island moesten. De 1e kl. passagiers moesten alleen even voor een medicus defileeren. Die Yankee [inspe*.&] medici die komen inspecteeren, werd ons in vertrouwen meegedeeld, krijgen altijd een paar flesschen whiskey cadeau. Dat is om ze gunstig te stemmen: anders zou men kans

                                                           8

hebben dat ze alle immigranten afwezen. Alles duurde erg lang. De reden hiervan was, naar een v.d. officieren ons vertelde, dat de heeren op thanksgiving day niets anders te doen hebben en extra-betaling krijgen naar het aantal werkuren. Toen de med-inspectie was afgeloopen en de heeren gedrenkt en gevoederd waren, kwam het bootje met de “immigration-officers”. [-*.*} De 1e kl. passagiers moesten hun paspoorten vertoonen en kregen een stempel op hun “identification-card”. Vervolgens gingen de “officers”.wel een 50 stuks, mannel. en vrouwelijke, aan ;t werk in de 3e en 2e kl. Ook bij de medici was een vrouwel. helpster, nl. voor het onderzoek vd. vrouwel- immigranten. Puritanism schijnt dit voor te schrijven. Een verrassing was, dat het bootje van deze [-heer*.*] ambtenaren tevens 4 politiemannen meebracht die een 1e-klasse passagier kwamen afhalen. Deze heer, een Poolsche jood, wiens ongunstig uiterlijk [-*…*] en weerzinwekkende manier van doen ons al lang waren opgevallen, bleek nl- een misdadiger te zijn, die door een Amerik. detective, eveneens een 1.kl. passagier uit Europa was overgebracht, Hij had doorgegaan voor diens secretaris, wat ons verbaasd had, daar zijn baas een allerbeminnelijkst en zeer beschaafd man was. Wij wisten dat die vriendelijke meneer een of andere betrekking bij de U.S. politie had, maar niemand dan de kapitein wist dat hij een detective was die een misdadiger bij zich had. De jood wordt beschuldigd van cheque-vervalschen en bommengooien. Vandaar dat de politiemannen eerst een half uur noodig hadden om voorzichtig zijn koffers te onderzoeken. Toen hij afscheid van de overige passagiers nam, wist niemand nog wat er aan de hand was en [-het was] zij keken vreemd op toen zij zagen dat hij met handboeien aan werd weggevoerd. Na deze gebeurtenis stoomden wij door naar de pier

                                                           9

(bij 42. straat, Brooklyn). Daar kwam een beambte van het kantoor de Øst-Asiatisk Komp. in N.Y. aan boord en deelde ons mee, dat we geurende ons oponthoud in N.Y. wel aan boord konden blijven en waarschijnlijk al Zaterdag 2 Dec. konden vertrekken naar Porto Rico. De eerste boot naar St. Thomas gaat pas over een week. Wij zijn daar erg blij mee want het spaart ons wel een 100 dollars uit. We stonden lang te kijken naar de begroetingen van de 2e en 3e kl. passagiers die door familieleden werden opgewacht. Voorloopig konden ze nog niet van boord, want het onderzoek der immigr. off. zal pas morgen afgeloopen zijn. De emotie was enorm, sommige vrouwen waren buiten zichzelf van opwinding. Ondertusschen maakte een Yankee op de pier goede zaken door vruchten, zoetigheid en sigaretten te verkoopen aan de menschen aan boord met behulp van een mandje aan een touw. Aan de lunch verschenen behalve de officieren eenige immigration- officers en telkens komen er weer nieuwe mee aanzitten, waaronder ook weer vrouwen. Een jong meisje dat tegenover ons kwam zitten had een toilet aan dat [-*..*] men in Europa als een indecent badcostuum zou beschouwen. Na de lunch zijn wij met de subway naar Bronx gegaan en hebben daar de buffels en de apen bekeken. Daarna thee met koek in een restaurant tegenover den ingang van Bronx. Goed en niet duur. Om + half acht waren wij weer aan boord.

Hatt heeft allerlei merkwaardigs [-*..*] vernomen van de scheepsofficieren. Onder de passagiers was een Poolsch-Amerik. familie, vader moeder en dochter. Vader rijk begrafenisondernemer, Zijn connecties met het schip, waarop hij meer de reis gemaakt heeft, dateeren van den tijd toen hij de begrafenis bezorgd heeft van  een kind dat aan boord gestorven was (in de haven). Het was een Litausch kind en om van hem gedaan te krijgen dat hij het deed moest men hem omkoopen met whiskey en Carlsberg-bier, dat hij bij het kind in de doodkist stopte

                                                           10

en zoo N.Y. binnen wist te smokkelen. Van dien tijd af is hij een groot vriend van de Lituania. Zijn dochter was onderweg verliefd geraakt op den misdadigen jood, die ook voor mama zoo’n charme had, dat zij elkaar kusten. De scheepsdokter, brave man overigens, was daar weinig mee ingenomen, [-*..*] daar hij vue had op het meisje voor zijn zoon. Tijdens het oponthoud in Kopenhagen had hij zijn zoon ter kennismaking aan boord laten komen.

De jood schijnt ook iets te maken gehad te hebben met den stow-away en een lid vd. bemanning eveneens, die de reis dan ook verder in boeien heeft doorgebracht en ook aan de politie wordt overgeleverd. Joodsche passagiers hebben den kapitien een som geld geboden om gedaan te krijgen dat hij bij de immigr. officers een goed woord zou doen voor den stow-away, maar bereikten daar juist het omgekeerde mee. Er is iets van een complot geweest, in verband met den misdadige jood vermoedelijk, maar het fijne van de zaak zijn wij niet te weten gekomen.


In deze podcastaflevering las ik 30 november voor, met commentaar.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

27 tot en met 29 november 1922

Even geen notities…

Op 29 november 1922 komt J.P.B. de Josselin de Jong (volgens een bron niet ‘Jan’, maar ook werkelijk ‘J.P.B.’ genoemd) aan in New York en pas op 30 november 1922 doet hij daar verslag van. Nog drie dagen wachten dus…

Hieronder JPB in 1933, aan boord van M.S. Kota Pinang, tussen Bombay en Padang, foto van KITLV.



De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

26 november 1922

Een verstekeling, vlak voor Thanksgiving

Zondag 26 November

Van Vrijdagmiddag tot vanochtend toe storm gehad. Twee achter elkaar. Nu is de wind gaan liggen maar staat er natuurlijk een zware deining. Heb er echter weinig last van. De twee vorige dagen alleen het ontbijt in de eetzaal gebruikt; verder meest geslapen voorzoover dat mogelijk was, of gedommeld. Op den vierden dag vd. reis is er een stow-away ontdekt. Hij is gereinigd en gevoed en moet nu werken voor de kost. Hij moet weer mee terug en als

                                                           7

hij in Amerika ontsnapt moet de mij 5000 dollar voor hem betalen. Er zijn wel eens 6 tegelijk ontdekt. Gewoonlijk komen zij aan boord met hulp v. leden der bemanning. Men hoopt Woensdag N.Y. te bereiken, want de bezending landverhuizers die we aan boord hebben moet vóór 1 December (Vrijdag) aan wal zijn, anders moeten ze weer mee terug. En Donderdag is “Thanksgiving day” en moeten de Amerik. ambtenaren zwaar betaald worden voor het werk dat ze dan zouden moeten doen.

Vilhelm Peter Plantener, Nordbane Alle 6, Gentrofte,[1] Danmark (1e machinist a.b. Lituania).


[1] Vilhelm Plantener – Historische gegevens en stambomen – MyHeritage


In deze podcastaflevering las ik 24 en 26 november voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 1 juli 2021.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Use of Skepi Dutch Creole to determine border

Although this website is originally dedicated to Virgin Islands Dutch Creole, information about the two closest relatives is too beautiful not to show or mention.

Today I was reminded that the International Court of Justice in The Hague (The Netherlands) holds public hearings in the case of Guyana versus Venezuela. In the nineteenseventees Ian Richardson, who discovered the last speakers of Berbice Dutch Creole and rememberers of Skepi Dutch Creole, was also looking in such a border conflict. Through his research I was directed to nineteenth century material in which, I think for the first time, the border between Guyana and Venezuela had to be established.

In this material a remarkable procedure was used. When the local people used Spanish as their contact language, the area was related to Venezuela. However, when Dutch Creole, or Dutch Patois, was used, the area should be a part of the Essequibo region of Guyana.

The last few years some extraordinary discoveries in the field of Skepi Dutch were done. A sentence from 1780 was found in the Letters as Loot Corpus of Leyden University (Van der Wal) and a nineteenth century diary of a missionary turned out to contain a huge list of sentences and words in this language (Jacobs and Parkvall 2020). And… there is more to come.

Here you will find a link to the nineteenth century description of the Venezuela-British Guiana boundary arbitration (1898):

https://archive.org/details/venezuelabritis00venegoog/page/656/mode/2up

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

24 november 1922

Een boeiend gesprek en een rondleiding door het schip

Vrijdag 24 November

Donderdagochtend lang bij den machinist in zijn hut zitten praten samen met Hatt, Press en den Boheemsch-Amerkaanschen newspaperman. De machinist (Plantener) heeft ons allerlei interessante postzegels laten zien en papiergeld. Zoo bijv. bankpapier waarvan het schrijfpapier van de Øst asiatisk Komp. gebruikt is. Toen nl. de Duitschers in

                                                           6

Libau kwamen eischten zij millioenen. Zoveel geld had men niet. Er moest dus gedrukt worden. Maar papier had men ook niet; toen eischte men al het schrijfpapier[-*v.d.*] v.h. kantoor der Ø.As. Komp. op en maakte daar geld van. Ook had hij postzegels, gedrukt op Duitsch noodgeld e.d.m. Vervolgens heeft hij ons de machinekamer laten zien. Wij zijn overal geweest, bij de vuren en heelemaal achter in het schip, waar de schroefassen in de wand verdwijnen. Het was daar beneden niet onpleizierig, vooral in de machinekamer waar men niets van de beweging van het schip merkt. De ventilatie is er goed. De dokter ontving ons ook gastvrij. Hij is vroeger officer v. gezondheid bij de marine geweest; heeft dienst genomen in het *Den* leger en aan het Fr. front gediend. Daarna is hij scheepsdokter op deze lijn geworden Ook is hij verscheiden jaren lid van het Deensche parlement geweest. Ik kon gisteren alle maaltijden aan tafel nuttigen, maar na dinner moest ik weer haastig gaan liggen en was verder niet in staat [-*..*] tot iets anders. Van nacht mist en getoeter. Van ochtend ontbeten in de eetzaal, goed in conditie. Het schip slingert en stampt en men verwacht ruw weer. Gisteren weer zeemeeuwen; zij schijnen dus met het schip mee te gaan.

—————————-

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

22 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Woensdag 22 November

Gisteren het diner (7 uur) in mijn bed gebruikt. Vandaag ook den heelen dag in bed gebleven. Nu is het weer rustiger. Van morgen om 8 uur een zeemeeuw gezien; vrij ver van van land, want [-dinsdag]<ul.Maandag>middag vóór donker waren wij bij de Orkney-eilanden. Heb vanmiddag weer een dosis Mothersill ingenomen om het diner te kunnen verorberen. In de 1e kl. zijn maar weinig [-..*] zeeziek. Een paar zitten met groene gezichten aan tafel en eten haast niets. Het lijkt mij beter in bed te blijven en goed te eten – en aangenamer ook.

Press begint op zijn verhaal te komen en speelt op ’t oogenblik viool, boven in de muziekkamer.


              

In deze podcastaflevering behandel ik 22 en 23 november 1922. Zie ook mijn post van 11 juni 2021.

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

21 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

               Dinsdag 21 November

Een hutgenoot gekregen: Michael Press, Russisch musicus (violist), vroeger professor aan het conservatorium in Moscou geloof ik en door de revolutie uit Rusland verdreven. Heeft ook in Holland gespeeld; verscheidene jaren in Duitschland gewoond en nu op [-weg *…*] tournee naar Amerika. Ik kon het slechter getroffen hebben.

Het weer is volgens de zeelui prachtig; niet koud en niet te veel wind. Maar ondertusschen kan men op het niet-

                                                           4

beschutte deel van het dek bijna niet op zijn beenen staan en stampt het schip erg. Ik voel me dan ook voortdurend min of meer onlekker. Mothersill helpt wel, maar niet afdoende. Men zou dan vermoedelijk veel meer moeten nemen. Gister ochtend was ik bij het opstaan bepaald ziek. Met behulp van een kop thee slaagde ik erin twee heel kleine broodjes naar binnen te werken, maar moest toen ook haastig gaan liggen. Een uur daarna (+10.15) nam ik een dosis Mothersill (2 pillen) en bleef daarna nog tot de lunch liggen (12.30). Toen voelde ik me heel goed, hoewel de zee zeker niet rustiger was dan ’s morgens, en at met smaak. Den heelen middag bleef ik in goede conditie en ik kon ook aan het diner deelnemen (7 uur) hoewel ik toen niet meer heelemaal lekker was en dan ook niet van alles at. ’S avonds heb ik tot 9.30 in de rookkamer gegeten en ook gerookt. Vanochtend werd ik wakker met hoofdpijn, onlekker. Nu ontbeet evenwel, at zelfs twee spiegeleieren, maar moest daarop zoo overhaast de vlucht nemen dat ik geen tijd had mijn kop thee op te drinken. Toen ik eenmaal lag werd ik gauw beter. Om 11.15 een dosis Mothersill. Luch om 12.30 bijgewoond, maar voorzichtig in mijn keuze; ook nog niet heelemaal goed. Nu is het ongeveer kwart voor vijf. Ik voel me goed, maar heb toch geen lust naar de eetzaal te gaan voor een kop thee of koffie en gebak. Het schijnt dat die pillen bij mij niet zoo snel werken als de gebruiksaanwijzing aangeeft, maar aan den anderen kant duurt de werking wel langer dan 5 uur. Afdoende werken ze echter ingeen geval. Mevr. Hat voelt zich voordrurend ellendig ondanks Mothersill. Zij komt nu aan geen enkelen maaltijd en eet alleen af en toe een stukje brood in haar  hut. Het gezelschap bestaat uit de Russ. musicus, een Tsjechoslo[v/w]aak, een in Boheme geboren Yankee, een paar

                                                           5

Duitschers, Duitsch-Amerikanen en [-*Duitsch*] Poolsch-Amerikanen. Een gedistingeerd gezelschap is het in geen geval. De prettigste menschen aan boord zijn de scheepsofficieren. Gewoonlijk zijn er maar enkele 1e klaspassagiers, op de vorige reis bijv. 6, zoodat het nu met 20 1e-klaspassagiers heel “vol” is. Vandaar ook dat ik den heer Press gastvrijheid moest verleenen. Er zijn maar weinig 1e-klas-hutten; Zij zijn alle, evenals de eetzaal op het promenade-dek.

Er is absoluut geen aardigheid aan deze overtocht We zullen alle drie heel blij zijn als we in N.Y. zijn.