Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

30 november 1922

De eerste dag in New York, inspecteurs en politiemannen

Donderdag 30 November

Gisteren avond zijn wij te N.Y. aangekomen. Na Zondag hebben we nog een flinke storm gehad, nu schuin van achteren, zoodat de bewegingen van het schip rustiger waren. Ik had geen last meer van zeeziekte. Gisteren avond “captain’s dinner”. Om 7.30 ongeveer kwam de loods aan boord. [’s morgens om 5 uur Nantucket light gepasseerd, de laatste 24 uur 340 mijl gemaakt]. In de narrows bleven we liggen. Toen kwam het bootje van de U.S. mail langszij, waarvan de heele bemanning min of meer dronken was. van morgen kwam eerst het bootje v.d. med. dienst met een paar medici aan boord, [-*dat*] voor de eerste inspectie van de 3e en 2e kl. passagiers. Een patiënte (longontsteking) werd op een brancard naar het bootje overgebracht en tevens een aantal 3e of 2e kl. passagiers die om de een of andere reden naar Ellis Island moesten. De 1e kl. passagiers moesten alleen even voor een medicus defileeren. Die Yankee [inspe*.&] medici die komen inspecteeren, werd ons in vertrouwen meegedeeld, krijgen altijd een paar flesschen whiskey cadeau. Dat is om ze gunstig te stemmen: anders zou men kans

                                                           8

hebben dat ze alle immigranten afwezen. Alles duurde erg lang. De reden hiervan was, naar een v.d. officieren ons vertelde, dat de heeren op thanksgiving day niets anders te doen hebben en extra-betaling krijgen naar het aantal werkuren. Toen de med-inspectie was afgeloopen en de heeren gedrenkt en gevoederd waren, kwam het bootje met de “immigration-officers”. [-*.*} De 1e kl. passagiers moesten hun paspoorten vertoonen en kregen een stempel op hun “identification-card”. Vervolgens gingen de “officers”.wel een 50 stuks, mannel. en vrouwelijke, aan ;t werk in de 3e en 2e kl. Ook bij de medici was een vrouwel. helpster, nl. voor het onderzoek vd. vrouwel- immigranten. Puritanism schijnt dit voor te schrijven. Een verrassing was, dat het bootje van deze [-heer*.*] ambtenaren tevens 4 politiemannen meebracht die een 1e-klasse passagier kwamen afhalen. Deze heer, een Poolsche jood, wiens ongunstig uiterlijk [-*…*] en weerzinwekkende manier van doen ons al lang waren opgevallen, bleek nl- een misdadiger te zijn, die door een Amerik. detective, eveneens een 1.kl. passagier uit Europa was overgebracht, Hij had doorgegaan voor diens secretaris, wat ons verbaasd had, daar zijn baas een allerbeminnelijkst en zeer beschaafd man was. Wij wisten dat die vriendelijke meneer een of andere betrekking bij de U.S. politie had, maar niemand dan de kapitein wist dat hij een detective was die een misdadiger bij zich had. De jood wordt beschuldigd van cheque-vervalschen en bommengooien. Vandaar dat de politiemannen eerst een half uur noodig hadden om voorzichtig zijn koffers te onderzoeken. Toen hij afscheid van de overige passagiers nam, wist niemand nog wat er aan de hand was en [-het was] zij keken vreemd op toen zij zagen dat hij met handboeien aan werd weggevoerd. Na deze gebeurtenis stoomden wij door naar de pier

                                                           9

(bij 42. straat, Brooklyn). Daar kwam een beambte van het kantoor de Øst-Asiatisk Komp. in N.Y. aan boord en deelde ons mee, dat we geurende ons oponthoud in N.Y. wel aan boord konden blijven en waarschijnlijk al Zaterdag 2 Dec. konden vertrekken naar Porto Rico. De eerste boot naar St. Thomas gaat pas over een week. Wij zijn daar erg blij mee want het spaart ons wel een 100 dollars uit. We stonden lang te kijken naar de begroetingen van de 2e en 3e kl. passagiers die door familieleden werden opgewacht. Voorloopig konden ze nog niet van boord, want het onderzoek der immigr. off. zal pas morgen afgeloopen zijn. De emotie was enorm, sommige vrouwen waren buiten zichzelf van opwinding. Ondertusschen maakte een Yankee op de pier goede zaken door vruchten, zoetigheid en sigaretten te verkoopen aan de menschen aan boord met behulp van een mandje aan een touw. Aan de lunch verschenen behalve de officieren eenige immigration- officers en telkens komen er weer nieuwe mee aanzitten, waaronder ook weer vrouwen. Een jong meisje dat tegenover ons kwam zitten had een toilet aan dat [-*..*] men in Europa als een indecent badcostuum zou beschouwen. Na de lunch zijn wij met de subway naar Bronx gegaan en hebben daar de buffels en de apen bekeken. Daarna thee met koek in een restaurant tegenover den ingang van Bronx. Goed en niet duur. Om + half acht waren wij weer aan boord.

Hatt heeft allerlei merkwaardigs [-*..*] vernomen van de scheepsofficieren. Onder de passagiers was een Poolsch-Amerik. familie, vader moeder en dochter. Vader rijk begrafenisondernemer, Zijn connecties met het schip, waarop hij meer de reis gemaakt heeft, dateeren van den tijd toen hij de begrafenis bezorgd heeft van  een kind dat aan boord gestorven was (in de haven). Het was een Litausch kind en om van hem gedaan te krijgen dat hij het deed moest men hem omkoopen met whiskey en Carlsberg-bier, dat hij bij het kind in de doodkist stopte

                                                           10

en zoo N.Y. binnen wist te smokkelen. Van dien tijd af is hij een groot vriend van de Lituania. Zijn dochter was onderweg verliefd geraakt op den misdadigen jood, die ook voor mama zoo’n charme had, dat zij elkaar kusten. De scheepsdokter, brave man overigens, was daar weinig mee ingenomen, [-*..*] daar hij vue had op het meisje voor zijn zoon. Tijdens het oponthoud in Kopenhagen had hij zijn zoon ter kennismaking aan boord laten komen.

De jood schijnt ook iets te maken gehad te hebben met den stow-away en een lid vd. bemanning eveneens, die de reis dan ook verder in boeien heeft doorgebracht en ook aan de politie wordt overgeleverd. Joodsche passagiers hebben den kapitien een som geld geboden om gedaan te krijgen dat hij bij de immigr. officers een goed woord zou doen voor den stow-away, maar bereikten daar juist het omgekeerde mee. Er is iets van een complot geweest, in verband met den misdadige jood vermoedelijk, maar het fijne van de zaak zijn wij niet te weten gekomen.


In deze podcastaflevering las ik 30 november voor, met commentaar.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Advertisement

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s