Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

13 december 1922

Wat een ontvangst op St. Thomas!

Woensdag 13 December

Vanochtend om 8.45 kregen wij St. Thomas in ’t zicht en kort daarna ook Culebra. Om 12 uur lagen wij aan de pier. Onder de eerste officials die aan boord kwamen waren [-*.*] een adjudant v.d. gouverneur vergezeld door den Deenschen consul en [-iemand *……..*] <ol.de waarnemende> Nederlandsche consul[-*….*]. De adj. vd. gouverneur kwam ons namens zijn chef begroeten en ons mededeelen dat er kamers in een hotel voor ons gereserveerd waren en dat hij voor ’t overbrengen van onze bagage zou zorgen. We waren nu opeens personen van gewicht geworden en de stewards die ons totnogtoe alles behalve beleefd behandeld hadden – vermoedelijk omdat Hatt en ik er nogal schunnig uitzagen en in de rookkamer moesten slapen – vlogen nu voor ons. Er werd last gegeven dat onze bagage moest worden opgehaald uit het ruim, wat onder ons toezicht en dat v.d. adjudant des gouverneurs gebeurde. Onze expeditie-uitrusting kan op de pier blijven tot we ze noodig hebben. Vervolgens bracht de adjudant ons in de auto v.d. gouverneur naar Grand Hotel, waar de 2 beste kamers voor ons gereserveerd waren. Hij deelde ons mee dat <ol.het> de gouverneur aangenaam zou zijn als we hem bezochten en stelde voor dat we dat morgenochtend om 10.30 zouden doen. Na ons verkleed en geluncht te hebben gingen we met den Deenschen consul, die ons daartoe met zijn auto was komen halen, weer naar de pier om onze expeditie-uitrusting te inspecteeren. Alles bleek in orde te zijn. Alleen hadden ze er in N.Y. twee handkoffers bijgedaan die niet aan ons, maar blijkbaar aan een of meer immigranten toebehoorden. Ze hadden tenminste een paier met ‘desinfected’ erop, maar geen naam. Ze zullen nu naar N.Y. teruggezon-

                                                           20

den worden, maar ’t schijnt al heel twijfelachtig of ze hun eigenaar ooit zullen bereiken.

De Hollandsche consul was met verlof geweest en kwam met dezelfde boot als wij terug. Ongelukkig hadden noch hij, noch ik er eenig idee van gehad dat we niet de eenige Hollander aan boord waren.

Na de uitrusting geïnspecteerd te hebben bracht de chauffeur vd. Deenschen consul ons weer terug naar het hotel, waar we Mevr. Hatt haalden en samen de “stad” in gingen om eenige inkoopen te doen. We kochten o.a. [-*.*]twee palm-beach pakken voor 12 dollar per stuk en ik een panama-hoed voor 3 dollar 45 cts. Tandpasta en een shaving-stick kostten samen 45 cts. De stad maakt een vervallen indruk. De houten huisjes vd. [-negerb] arme negerbevolking zijn onooglijk. Maar van uit de havenkom gezien is het geheel zeer schilderachtig. Na het eten (om 7 uur) [-naa] spraken we eenigen tijd met den heer Petit, een Deen, chef v. h. telegraafkantoor, die zich zeer voor ons onderzoek interesseert en indertijd ook de Booy geholpen heeft. Hij gaf ons de namen van de twee menschen [-de*.*] die voor de Booy gewerkt hebben en diverse nuttige wenken. Het hotel is wel vrij groot, ook de kamers zijn ruim en groot, maar slordig, vuil en verwaarloosd.

Grand Hotel, Charlotte Amalie, US Virgin Islands (Bron: Wikimedia Commons)

Het Grand Hotel is inmiddels The Grand Galleria met allerlei voorzieningen. Zie hier voor deze website.

Theodoor de Booy (Bron: The National Cyclopaedia of American Biography, Volume XVII, 1920, pages 314–315)

In dit verslag lezen we dat men zal gaan samenwerken met mensen die ook al voor De Booy werkten. Over deze Nederlands-Amerikaanse archeoloog die als eerste serieus archeologisch veldwerk verrichtte naar de oudste bewoners van St. Thomas en St. Croix is informatie te vinden op deze wikipedia-site.


In deze podcastaflevering las ik 9 tot en met 13 december 1922 voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 28 november 2021 op deze website.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Advertisement

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s