Zonnig weer, geen regen. De heelen dag met Joshua Negerholl.
76
gewerkt. Hatt heeft de arbeiders de laatste opgraving laten voltooien en de gaten laten dichtgooien. Ons werk is hier nu afgeloopen. Morgen gaan wij per auto East End exploreeren.
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Voór twaalf zonnig, ’s middags [-*meer*] meest bewolkt en veel regen. Nu van avond windstill. Hatt heeft vandaag, vergezeld door Mon Santo Jr., den reverend Romijn en een neger Bota[-ta]<n>y Bay geëxploreerd. Daar bleek niets te zijn. In een kleine baai in de buurt vond hij wat aardewerk blijkbaar behoorend tot de Magens Bay cultuur. Ik heb vandaag 5 man (dwz. allen) laten werken aan de 2e opgraving. Morgen komen we hier klaar.
Afbeelding van Botany Bay op het uiterste westpuntje van St. Thomas, via deze website.
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
’S morgens nog erg winderig, later veel minder. Zonnig weer. Om 8 uur met Hatt, Mon Santos Jr. en 2 negers naar Water Island om te kijken of daar schelphoopen zijn. Gedeeltelijk gezeild, gedeeltelijk geroeid. Een prachtige tocht. Verschillende baaien van het eilandje bezocht en het terrein <ol. rond>om eenige moerassen geëxploreerd. Op verscheidene plaatsen vonden wij Indiaansche overblijfselen, maar nergens een werkelijke nederzetting. Blijkbaar hebben ze op dit eilandje nooit gewoond, maar het alleen af en toe bezocht. Het eiland is onbewoond, er is alleen een “watchman”, een neger, die alles behalve gesticht was over onzen komst en gedragingen. Dat graven vond hij verdacht (men heeft hier vroeger naar geld gegraven en naar verluidt, ook gevonden) en gaf ons op onvriendelijke wijze te kennen dat we een permissie moesten hebben van [-*den ..*] een zekeren beambte
75
van de Oost. Az. Komp. aan wie het eiland toebehoort. Laub’s naam maakte niet den minste indruk op hem. Pas toen we hem uitvoerig over onze personen en bedoelingen hadden ingelicht en hem een papier met onze namen en kwaliteiten gegeven hadden verklaarde hij zich “satisfied”. Om 3 uur waren we weer thuis en <ol.we> konden [-*..*] dus nog wat aan de opgravingen doen, waarop Mevr. Hatt tijdens onze afwezigheid toezicht had gehouden. De opgraving die ik gisteren begonnen ben zal ik waarschijnlijk niet voortzetten en ook met de andere 2 zullen we haast maken, hopende de volgende week naar St. John te kunnen vertrekken. Eerst moeten echter nog Botany Bay (Westeinde v.h. eiland) en het oosteinde bezocht worden. Hatt gaat morgen naar Botany Bay. We hebben besloten om na het onderzoek van St. John de arbeid te verdeelen. Ik zal + 1 April naar St. Martin vertrekken en achtereenvolgens de 6 Hollandsche eilanden bezoeken en de Hatten zullen naar St. Croix gaan en vandaar naar Santo Domingo. Het begint nu weer hard te waaien.
Via Wikimedia Commons: Virgin Islands, M. Minderhoud. In rood Water Island, juist ten zuiden van Nisky en Krum Bay op St. Thomas.
Via Tripadvisor: Water Island. Het gebied achter het cruiseschip is Nisky. De baai links van het schip is Krum Bay.
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Den heelen dag stormachtig, maar zonnig, zonder regen. Van
74
Ochtend van 8-10 negerhollandsch gedaan met den ouden Joshua, van 10-12 met <ol.de>[-*…*] 79-jarige negerin,[1] die echter niet kon of wou vertellen. Ook spreekt ze zacht en begrijpt slecht waar ’t om gaat als ik om nadere uitlegging vraag. Joshua is werkelijk veel beter. Hij geneert zich niet om verhalen te doen en begrijpt heel goed waar ’t om gaat. Hij vertelde me vandaag – en hoogstwaarschijnlijk heeft hij gelijk – dat de oude negerverhalen uitgestorven waren omdat de geestelijken verboden ze de kinderen te vertellen. Vanmiddag een opgraving begonnen met 2 man op den heuveltop tegenover de plaats van Mon Santo (andere zijde v.d. baai). [*.*+]<H> eel dun laagje, nagenoeg uitsluitend schelpen. Mevr. Hatt hield weer toezicht op de arbeiders in de eerste opgraving en Hatt zette de 2e opgraving voort. We hebben nu 6 arbeiders.
[1] Haar naam wordt niet genoemd. Zou het hier heel goed kunnen gaan om ‘Helena Mitchell (St. Thomas; geb. 1844)’ (De Josselin de Jong 1926: 8)
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Stormachtig wee; vóór 12 eenige flinke regenbuien. Van 8-12 weer gewerkt met den ouden Joshua,[1] terwijl Hatt met 2 man aan de 2e opgraving werkte (Georges en Jeremiah hadden een nieuwen arbeider meegebracht, Frederic genaamd) en Mevr. Hatt toezicht hield op één arbeider in de eerste opgraving. Morgen wordt de bemanning aanmerkelijk versterkt daar de oude Joshua 2 man mee zal brengen. ’S middags verscheen Emil Francis,[2] een bejaarde neger van Smiths bay, East End, die door reverend Romyn op ontboden was omdat hij eveneens nog goed Negerhollandsch kent. Hij bleek ook inderdaad de taal nog behoorlijk te kunnen spreken en er veel belang in te stellen, maar hij wist niets te vertellen. Waarschijnlijk zou ik hem na 2 of 3 interviews wel aan den gang kunnen krijgen, maar daar hij aan East End woont kan daar niet van komen. Het is intusschen wel nuttig van verschillende personen informatie te krijgen. Van individueele verschillen in uitspraak is heel weinig merkbaar. Totnogtoe is Joshua [-*den*] [-be] het beste object, al is zijn Engelsch vrijwel onverstaanbaar. Vanmiddag had ik ook kunnen werken met een heel oude negerin, maar daar [-*Jo*] Francis expresselijk van East End was komen rijden om zich door mij te laten uitvragen moest ik het onderhoud met de oude vrouw tot morgen uitstellen. Francis was netjes aangedaan met een zwarte jas, wit piqué overhemd en stijf dubbelboord, zonder das evenwel, en een wit en blauw gestreepte broek – Een Panemahoed met enormen rand op zijn hoofd.
[1] De Josselin de Jong (1926: 7): ‘I-XIII zijn mij gedicteerd door William Anthony Joshua (Nisky, St. Thomas; geb. 1858)’.
[2] De Josselin de Jong (1926: 7): ‘XVII door Emil Francis (Smiths Bay, East End, St. Thomas; ge. 1854)’.
Emil Francis was afkomstig uit Smiths Bay, aan de oostkant van St. Thomas. Voor De Josselin de Jong was dit te ver om gesprekken te plannen naast het archeologische werk. Het graafwerk vindt namelijk plaats aan de Krum Bay, vlakbij Nisky, waar Prince en William Joshua vandaan komen. Een wandeling van Nisky naar Smiths Bay duurt nu, volgens Google Maps, zo’n 2,5 uur. Helaas.
Ondanks zijn goede beheersing van het Nederlands Creools, komt Emil Francis met slechts één verhaaltje in Het Huidige Negerhollandsch (De Josselin de Jong 1926). Uit gesprekken met Robbert van Sluijs en Pieter Muysken bleek al dat De Josselin de Jong als antropoloog te werk ging. Hij verzamelt verhalen en maakt er samenvattingen bij, verzamelt woorden en namen en noteert de verhalen fonetisch, zoals uitgesproken door de informanten. Een systematisch onderzoek naar grammatica blijkt uit een enkele opmerking. (Zie hiervoor ook Van Rossem 2017: 323 e.v., 337.). Op 23 januari 2014 heb ik hier ook al eens een stukje geschreven, toen in het Engels en met een Engelse vertaling.
In de samenvatting wordt Prince genoemd, maar uit de inleiding van Het Huidige Negerhollandsch weten we dat Emil Francis de bron is van tekst XVII.
D.C. Hesseling publiceerde in 1933 een artikel over het Papiamentu en het Virgin Islands Dutch Creole, waarin deze tekst van Emil Francis voorkomt, met een Nederlandse vertaling:
Bij verhalen van enige omvang (er zijn er die 800 woorden tellen, een enkele heeft er 2000) is de vereiste inspanning het grootst, maar ook in een stukje van zeer geringe afmeting (iets meer dan 100 woorden) is die veelvuldige gelijkluidendheid hinderlik. Zie hier nummer XVII van de Josselin de Jong’s verzameling; een verhaal is het niet, alleen een simpele mededeling.‘Də dómnē wa a dōp mi si nām a Mr. Wit, domni fa Hernhut. Mi a lo lo a skōl a di jā 1871. Di skōlhus a kā fal. So ons a ha fo hou skōl a di kérək. And da di ótkwēk a fin ons an ons a ha fo kuri abit it fa di kérək. An mi mā a lo drā melək a Kwati an mi di ótkwēk am a kri di stibn.Astə di gale di seləf jā di a ha kálara. Muši fulək wa mi wēt a dōt. Ons na kan lo we it fa Kwati. Də dómnē na listā ons lo ēntēn pat abiti it fa di plantai’. Vertaald luidt het als volgt:‘De dominee die mij gedoopt heeft, zijn naam is Mr. Wit, dominee van (of voor) Herrnhut. Ik ben (geregeld) naar school gegaan in het jaar 1871. Het schoolhuis was ingevallen. Zodoende moesten we schoolhouden in de kerk. En daar heeft
1)De negers konden bovendien in het Engels een nadere verklaring geven wanneer de Josselin de Jong dat wenste.
[p. 282]
de aardbeving ons getroffen (gevonden) en we moesten weghollen uit de kerk. En mijn moeder zou melk gaan brengen naar Kwati en met (= ten gevolge van) de aardbeving heeft zij de stuipen gekregen.Na de storm is er in hetzelfde jaar de cholera geweest. Veel mensen die ik ken zijn gestorven. Wij kunnen niet weglopen uit Kwati. De dominee laat ons geen enkele weg buiten (uit van) de plantage gaan’1).
Via de link aan de rechterkant van deze webpagina is het hele artikel te lezen.
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Zonnig weer; alleen ’s avonds een regenbuitje. Vanochtend tot 10.45 niets gedaan. Toen met ons drieën naar het Hernhutterkerkje getogen, deels om den reverend Rom*yn* pleizier te doen, deels om [*de*] het kerkgaand publiek te bekijken. De dienst duurde van + 11.15 tot + 12.15 en bestond hoofdzakelijk uit zingen. Een heel korte preek. Dadelijk na het middageten vertrokken Hatt en ik naar bay(1.30) waar volgens het zeggen van iemand die daar woont schelphoopen moeten zijn. Een mooie wandeling, met tamelijk veel stijgen en op ’t laatst weer dalen. De bewoner vonden we thuis; hij wist niets van schelphoopen. Den dag toen hij Hatt gesproken had, was hij dronken geweest, zei hij. Hij leidde ons evenwel rond en er bleken inderdaad schelphoop-sporen te zijn, niet belangrijk genoeg echter om er een geregelde opgraving te beginnen. Waarschijnlijk een heel dunne laag. Om + 7 uur waren we weer thuis. Hoewel het al vrij donker was kon ik toch niet nalaten nog even een bad te nemen. De oude Mon Santo was daar eenigszins ontsteld over, zonder eenige reden trouwens.
Via Wikimedia Commons: Moravian Church, Charlotte Amalie, St. Thomas USVI, Concord. Zou dit de kerk zijn waarover De Josselin de Jong het had?
Reverend Romig had zijn standplaats in Nisky, vlak in de buurt van Krum Bay, waar Hatt en De Josselin de Jong opgravingen deden en logeerden bij de Mon Santo’s. Prince en William Anthony Joshua zijn ook allebei afkomstig uit Nisky. Afbeelding via Wikimedia Commons: MISSION, LOOKING WEST- MISSION HOUSE ON LEFT, COOK HOUSE IN CENTER, CHURCH ON RIGHT – Nisky Moravian Mission, Harwood Highway vicinity, Charlotte Amalie, St. Thomas, VI. Toschi, Don, photographer, na 1933.
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Van 8-12 en van 1-4 gewerkt met den ouden neger. Hij kent de taal goed, hoewel ook hij wel enkele woorden vergeten is. Soms komen ze weer bij hem op onder het vertellen Maar van een ethnol. standpunt beschouwd zijn zijn
72
verhalen niet veel waard al kan hij niet lezen of schrijven. Deze negers zijn al te lang met de beschaving in aanraking geweest. Als een “old-time story’ die hij niet uit een boek had (een andere was hem indertijd voorgelezen) vertelde hij me de Bremer stadsmuzikanten. Men. Hatt hield toezicht op Georges die aan de eerste opgraving werkte maar niets vond terwijl Hatt met Jeremiah een tweede begon op de helling achter het “telegraph-station”(kabelstation). [-*…….*] Vandaag een paar regenbuien.
De Bremer Stadsmuzikanten is een bijzonder geval. Dit verhaal is als verhaal VI gepubliceerd in De Josselin de Jong (1926: 16). In de jaren zestig van de twintigste eeuw bezocht de Maagdeneilandse taalkundige Gilbert Sprauve Sierra Leone en nadat hij op de radio verteld had over de taal Krio die hij daar had gehoord, werd hij op straat in het Creools aangesproken door een oudere dame. Hij kon haar echter niet verstaan. ‘En jij zei nog wel dat je Creools kende!’, aldus Alice Stevens, in het Nederlands Creools. Zij is uiteindelijk de laatste moedertaalspreker van het Virgin Islands Dutch Creole gebleken. Toen Sprauve haar in 1985 interviewde tijdens colleges aan de University of the US Virgin Islands, legde hij haar dit verhaal van Joshua voor. Hij gaf haar de Engelse zinnen en zij vertaalde dit voor haar onbekende verhaal naar het Virgin Islands Dutch Creole. Heel opvallend was dat er nauwelijks verschil bleek tussen de Joshua’s en Stevens versie. Meer hierover in Van Rossem (2017: 253-255).
De samenvatting van De Josselin de Jong is enigszins teleurstellend. Gelukkig is het sprookje door de gebroeders Grimm redelijk bekend…
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Op een paar korte buien na, Zonnig weer. Na het ontbijt heb ik eerst met Mon Santo Jr. den heuveltop achter hun huis geëxploreerd, waar hij meende vroeger een massa schelpen ontdekt te hebben. Er bleek echter niets te zijn. Om 10 uur was ik terug en ging ik naar Prince. Hatt zat zich te vervelen bij de opgraving want er werd haast niets gevonden; maar enorme hoeveelheden schelpen. Van Prince kreeg ik weer wat tekst, maar geen folklore. Hij had echter ’S morgens een anderen bejaarden man naar ons toegezonden die verklaarde in de taal te kunnen vertellen. Prince’s bedoeling [-*….*] <ol.bleek> weliswaar dat hij voor ons zou werken (graven), maar ik besloot in ieder geval den man op negerholl. te onderzoeken. Om 1 uur verscheen hij weer en tot 5 uur heb ik met hem gewerkt. Hij heeft boven Prince van dat hij niet kan lezen of schrijven en dat hij wil en kan vertellen. Het belooft zoo interessant te worden, dat ik voorloopig al mijn tijd eraan zal geven, wat te gemakkelijker kan daar de opgravingen zoo weinig te doen geven.
Op 12 februari komen we erachter dat de nieuwe informant William Anthony Joshua (1858) is. Hij is afkomstig uit hetzelfde dorp als Prince. Hij zal de komende dagen maar liefst dertien verhalen vertellen die als I-XIII in De Josselin de Jongs publicatie terecht zullen komen. De verhalen zijn bovendien langer dan die van Prince. Verhaal I, dat nog niet vertaald is, geef ik hieronder met de Engelse samenvatting van De Josselin de Jong. (De Josselin de Jong 1926: 9, 108)
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Zonnig weer. Van 8-10 met Hatt op het terrein en van 10-12 bij den ouden Prince. Hij heeft me nu wat tekst gegeven, nog een folklore evenwel. Ik heb hem gevraagd of hij ons geen arbeider kan bezorgen; hij zal zijn best doen. ’S middags hebben Hatt en ik 1 ½ uur besteed om mosquito bay te exploreeren. De schelphoop op den
71
heuvel waarvan Daniel ons gesproken had vonden we ook. overigens zijn er bij Mosquito bay waarschijnlijk geen vindplaatsen, althans niet in de vallei. Den avond door- gebracht bij de Mon Santo’s.
Hierboven de drie verhaaltjes die door Prince aan De Josselin de Jong zijn verteld op 8 februari 1923 en de dagen erna. (De Josselin de Jong 1926: 25). Van de tekst bestaan (nog) geen Nederlandse vertalingen. Robbert van Sluijs heeft de teksten van glossen voorzien die via de NEHOL-database te raadplegen zijn.
De Engelse samenvattinkjes van De Josselin de Jong (1926: 111)
Volgens de inleiding van De Josselin de Jong (1926) is tekst XVII verteld door Emil Francis. In de Engelse beschrijving van de inhoud, wordt Prince als de bron genoemd.
Voor informatie over deze teksten of de vertaling, neem gerust contact met me op!
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Zonnig weer, geen regen. Rasmussen in niet verschenen. Hij had gisterenmiddag zijn loon voor de 2 eerste dagen v.d. werk gevraagd omdat hij nu in de stad huisde (om dichter
70
bij Krumbay te zijn) en eten moest kopen. Die 2 dollar had hij gekregen, samen met een ernstige vermaning ons [-*..*] geen dwaasheden uit te halen, hetgeen hij beloofde. Maar de 2 dollar zijn hem blijkbaar de baas geweest. Er is dus vandaag alleen met Jeremiah en Georges gewerkt. Van 10-12 bracht ik bij den ouden Prince door, met wie ik Magens’ brief aan Schuchardt gedeeltelijk doorwerkte[-*..*] hem daarbij allerlei inlichtingen vragend. Ik hoop hem aan ’t vertellen te krijgen; hij begint steeds meer belangstelling te toonen. Morgen wordt het voortgezet. ’s Middags tot 3.30 alleen op het terrein, terwijl Hatt “rustte”, maar aan die rust had hij niet veel daar de oude Mon Santo hem te pakken kreeg en hem ’t huis wou laten zien. Na half 4 zijn we samen een heuvel in de buurt gaan exploreeren waar volgens Petit een schelphoop moest zijn. We vonden die ook en [-*..*] op den grond een paar bijlklingen (steen) benevens één kleine potscherf. De heer Daniel (zwart), manager v. het “telegraph station” aan Krumbay (waar de kabel naar Porto Rico ligt) deelde ons mee dat er nog een schelphoop in de buurt is. Een van zijn personeel zal ons daar morgen heen brengen. Georges weet een “lady” in de stad die keurig kan wasschen. Morgen zal hij inlichtingen meebrengen omtrent prijs.
Hieronder een verhaaltje in het Creools dat in de brief van Anthon Magens aan Hugo Schuchardt voorkomt. De Nederlandse vertaling is te vinden in het artikel van Schuchardt uit het Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde dat via een link aan de rechterzijde van deze webpagina te bezoeken is.
A pestakel on Bakafal
Mi sa nu probee fo gi ju en gedakten fan di follek sender, an mi sa nu fotell ju wa ha geskidt di ander aster-meendagg.
I ill try now to give you a thought of the people, and I will now tell you what has happened the other afternoon.
Di ander dunko djis aster di skot ka skidt fo akt iir mi ha lo ném en keir na mullé-shi.
The other evening, just after the shot was shot for eight o clock, I was taking a turn to the lower side.
Wanæ mi ha rák as fær as groot-straat, mi ha drei op fo bakafaal, an mi ha hoor en groot uprú mi tuduun.
When I arrived as far as Grootstraat, I turned on to bakafaal and I heared a big uproar was going on.
Di follek sender ha currii op an neer di straat, sen a lo skrew, mi no ka ferstann wa di ha wees te mi ha kri kann-sender.
The people ran up and down the street, they were screaming, I had not understand what it was until I got ‘kann sender’.
Dann mi ha kik benné en kleen huus full mi follek; di door ha wees hopó, an en frow ha stann na di door, lo skrew an kriss: “mi kinn lo dodt, mi power kinn lo dodt”.
Then I looked down a small house full with people; the door was open, and a woman stood in the door screaming and crying: ‘My child is dying, my poor child is dying’.
Mi ha fragg wa skort am.
I asked wat was wrong with her.
Am no ha antoat mi, am a howd-an fo skrew an hiil.
She did not answer me, she kept on screaming and crying.
Dann mi ha lo na benne fo kii di mænschi misellef.
Then I went down to look the girl by myself.
Mi ha fenn am na bó di flu lo rool an skrew su wæ as schi ma.
I found her on the floor rolling and screaming as ‘wae’ as her mother.
Dann een van di frow sender wa ka stann desbi di mænschi ha sæ: “Na big am fo ha better fo ruup en dokter; am sa weet een maal wa du am.”
Then one of the women who had stand close to the girl said: “it is the belly to have better to call a doctor; he will know just what to do”.
Dann schi ma ha beginn fo flukk an damineer an sæ: “ju liik, ju foflukte kapman, mi kinn na en frei kinn, am ló na kerrek an am no speel mi man, so wáplæ am sa ka krii big? ju no sa bederreg mi kinn schi karaktee, mi sa draa ju forren di bifó fo mak schi naam frei.
Then her mother began to curse and ‘damineer’ and say: ‘Ju ‘look’, you cursed hangman, my child is a good child, she goes to church and she does not play with men. So where she would get a belly? You will not spoil my childs character, I will turn you ‘forren’ the before to make her name good.
Mi sa gi ju en butt mi en skop, ju ferdammte teff.”
I will give you a strike and a kick, you damned bitch.”
Dann di ander frow ha sæ: “ju ondangbar bæs, mi ha sæ ju die waargeit, wa du ju kinn, an ju no wæ gloof.
The the other woman said: “You, ungrateful beast, I told you the truth, what your child did and now you don’t believe.
Ju sa kii, am sa krii na en iir-tidt en kinn, dann ju sa gloof. Mi sa kumitt it ju huus.”
You will see, she will get in an hour a child, then you will believe. I will come out out your house”.
“Mi sa lapp ju eers ju lo.”
“I will hit you before you go.“
“Du di as ju kann.”
“Do it as you can.”
Di pestakel ha wees so groot, sen ha skrew “moodt, di twee grow lo mattá een mi makander, ruup di citéres.”
Het spektakel was zo groot, dat ze schreeuwden ‘moord!, de twee vrouwen zijn bezig elkaar te vermoorden, roep de politieagenten’.
Dann am ha gi am di lapp, an sen ha fang fegeté an am ha skaer am naken an gi am en bit na schi finger an sae: ‘naem di da nu fo wa ju ha sae tegen mi kinn.’
Then she gave her the blow and they started to fight and ripped her naked and give her a bite in her finger and said: ‘take this then now for what you said to my child’.
Di citéres ha ko an frá: na wa ka geskidt?” an sender ha neem sender fo draa na fort.
The police men came and asked: Then what has happened? And they took them tob ring them to the fort.
Na di tidt sen ha ka raak na fort, en frow a kurrii fo beddel di bifo fo lo stann di frow ko kii schi kinn lo dodt.
When they got tot he fort, a woman ran to beg the judge to let the woman go to see her dying child.
Di bifo ha sæ di citéres lo mi am fo kii wa du di kinn an bring am weran, an kri en dokter oká fo kii di sikk.
The judge told the police to go with her to see what her child does and bring her back afterwards, and get a physician also to see the sick person.
– So sen ha krii bénné di plaas, se ha hoor di mænschi lo steen; di dokter ha lo na bénné an pratt mi am, an na di sellef tidt di kinn ha geboren.
When they came on the place, they heard the girl moan; the doctor went inside and talked to her, and at the same time the child was born.
Dann di má ha beginn fo slá di mænschi, an di citéres mi di follek sender ha neem am wæfo no mattá di mænschi.
Then the mother started to hit the girl, and the police and the people took her in order not the kill the girl.
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923
16 februari 1923
Ons werk is hier nu afgeloopen
Vrijdag 16 Februari
Zonnig weer, geen regen. De heelen dag met Joshua Negerholl.
76
gewerkt. Hatt heeft de arbeiders de laatste opgraving laten voltooien en de gaten laten dichtgooien. Ons werk is hier nu afgeloopen. Morgen gaan wij per auto East End exploreeren.
Tussen 19 november 2022 en augustus 2023 toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke dag honderd jaar nadat het door hem in zijn notitieboek is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.
This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.
De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.
Het dagboek wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden, in de collectie Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde:
Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.
>EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).
Leave a comment
Posted in De Josselin de Jong, KITLV, Manuscripts, metalinguistic comments