Category Archives: De Josselin de Jong

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

27 tot en met 29 november 1922

Even geen notities…

Op 29 november 1922 komt J.P.B. de Josselin de Jong (volgens een bron niet ‘Jan’, maar ook werkelijk ‘J.P.B.’ genoemd) aan in New York en pas op 30 november 1922 doet hij daar verslag van. Nog drie dagen wachten dus…

Hieronder JPB in 1933, aan boord van M.S. Kota Pinang, tussen Bombay en Padang, foto van KITLV.



De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

26 november 1922

Een verstekeling, vlak voor Thanksgiving

Zondag 26 November

Van Vrijdagmiddag tot vanochtend toe storm gehad. Twee achter elkaar. Nu is de wind gaan liggen maar staat er natuurlijk een zware deining. Heb er echter weinig last van. De twee vorige dagen alleen het ontbijt in de eetzaal gebruikt; verder meest geslapen voorzoover dat mogelijk was, of gedommeld. Op den vierden dag vd. reis is er een stow-away ontdekt. Hij is gereinigd en gevoed en moet nu werken voor de kost. Hij moet weer mee terug en als

                                                           7

hij in Amerika ontsnapt moet de mij 5000 dollar voor hem betalen. Er zijn wel eens 6 tegelijk ontdekt. Gewoonlijk komen zij aan boord met hulp v. leden der bemanning. Men hoopt Woensdag N.Y. te bereiken, want de bezending landverhuizers die we aan boord hebben moet vóór 1 December (Vrijdag) aan wal zijn, anders moeten ze weer mee terug. En Donderdag is “Thanksgiving day” en moeten de Amerik. ambtenaren zwaar betaald worden voor het werk dat ze dan zouden moeten doen.

Vilhelm Peter Plantener, Nordbane Alle 6, Gentrofte,[1] Danmark (1e machinist a.b. Lituania).


[1] Vilhelm Plantener – Historische gegevens en stambomen – MyHeritage


In deze podcastaflevering las ik 24 en 26 november voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 1 juli 2021.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

24 november 1922

Een boeiend gesprek en een rondleiding door het schip

Vrijdag 24 November

Donderdagochtend lang bij den machinist in zijn hut zitten praten samen met Hatt, Press en den Boheemsch-Amerkaanschen newspaperman. De machinist (Plantener) heeft ons allerlei interessante postzegels laten zien en papiergeld. Zoo bijv. bankpapier waarvan het schrijfpapier van de Øst asiatisk Komp. gebruikt is. Toen nl. de Duitschers in

                                                           6

Libau kwamen eischten zij millioenen. Zoveel geld had men niet. Er moest dus gedrukt worden. Maar papier had men ook niet; toen eischte men al het schrijfpapier[-*v.d.*] v.h. kantoor der Ø.As. Komp. op en maakte daar geld van. Ook had hij postzegels, gedrukt op Duitsch noodgeld e.d.m. Vervolgens heeft hij ons de machinekamer laten zien. Wij zijn overal geweest, bij de vuren en heelemaal achter in het schip, waar de schroefassen in de wand verdwijnen. Het was daar beneden niet onpleizierig, vooral in de machinekamer waar men niets van de beweging van het schip merkt. De ventilatie is er goed. De dokter ontving ons ook gastvrij. Hij is vroeger officer v. gezondheid bij de marine geweest; heeft dienst genomen in het *Den* leger en aan het Fr. front gediend. Daarna is hij scheepsdokter op deze lijn geworden Ook is hij verscheiden jaren lid van het Deensche parlement geweest. Ik kon gisteren alle maaltijden aan tafel nuttigen, maar na dinner moest ik weer haastig gaan liggen en was verder niet in staat [-*..*] tot iets anders. Van nacht mist en getoeter. Van ochtend ontbeten in de eetzaal, goed in conditie. Het schip slingert en stampt en men verwacht ruw weer. Gisteren weer zeemeeuwen; zij schijnen dus met het schip mee te gaan.

—————————-

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

22 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Woensdag 22 November

Gisteren het diner (7 uur) in mijn bed gebruikt. Vandaag ook den heelen dag in bed gebleven. Nu is het weer rustiger. Van morgen om 8 uur een zeemeeuw gezien; vrij ver van van land, want [-dinsdag]<ul.Maandag>middag vóór donker waren wij bij de Orkney-eilanden. Heb vanmiddag weer een dosis Mothersill ingenomen om het diner te kunnen verorberen. In de 1e kl. zijn maar weinig [-..*] zeeziek. Een paar zitten met groene gezichten aan tafel en eten haast niets. Het lijkt mij beter in bed te blijven en goed te eten – en aangenamer ook.

Press begint op zijn verhaal te komen en speelt op ’t oogenblik viool, boven in de muziekkamer.


              

In deze podcastaflevering behandel ik 22 en 23 november 1922. Zie ook mijn post van 11 juni 2021.

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

21 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

               Dinsdag 21 November

Een hutgenoot gekregen: Michael Press, Russisch musicus (violist), vroeger professor aan het conservatorium in Moscou geloof ik en door de revolutie uit Rusland verdreven. Heeft ook in Holland gespeeld; verscheidene jaren in Duitschland gewoond en nu op [-weg *…*] tournee naar Amerika. Ik kon het slechter getroffen hebben.

Het weer is volgens de zeelui prachtig; niet koud en niet te veel wind. Maar ondertusschen kan men op het niet-

                                                           4

beschutte deel van het dek bijna niet op zijn beenen staan en stampt het schip erg. Ik voel me dan ook voortdurend min of meer onlekker. Mothersill helpt wel, maar niet afdoende. Men zou dan vermoedelijk veel meer moeten nemen. Gister ochtend was ik bij het opstaan bepaald ziek. Met behulp van een kop thee slaagde ik erin twee heel kleine broodjes naar binnen te werken, maar moest toen ook haastig gaan liggen. Een uur daarna (+10.15) nam ik een dosis Mothersill (2 pillen) en bleef daarna nog tot de lunch liggen (12.30). Toen voelde ik me heel goed, hoewel de zee zeker niet rustiger was dan ’s morgens, en at met smaak. Den heelen middag bleef ik in goede conditie en ik kon ook aan het diner deelnemen (7 uur) hoewel ik toen niet meer heelemaal lekker was en dan ook niet van alles at. ’S avonds heb ik tot 9.30 in de rookkamer gegeten en ook gerookt. Vanochtend werd ik wakker met hoofdpijn, onlekker. Nu ontbeet evenwel, at zelfs twee spiegeleieren, maar moest daarop zoo overhaast de vlucht nemen dat ik geen tijd had mijn kop thee op te drinken. Toen ik eenmaal lag werd ik gauw beter. Om 11.15 een dosis Mothersill. Luch om 12.30 bijgewoond, maar voorzichtig in mijn keuze; ook nog niet heelemaal goed. Nu is het ongeveer kwart voor vijf. Ik voel me goed, maar heb toch geen lust naar de eetzaal te gaan voor een kop thee of koffie en gebak. Het schijnt dat die pillen bij mij niet zoo snel werken als de gebruiksaanwijzing aangeeft, maar aan den anderen kant duurt de werking wel langer dan 5 uur. Afdoende werken ze echter ingeen geval. Mevr. Hat voelt zich voordrurend ellendig ondanks Mothersill. Zij komt nu aan geen enkelen maaltijd en eet alleen af en toe een stukje brood in haar  hut. Het gezelschap bestaat uit de Russ. musicus, een Tsjechoslo[v/w]aak, een in Boheme geboren Yankee, een paar

                                                           5

Duitschers, Duitsch-Amerikanen en [-*Duitsch*] Poolsch-Amerikanen. Een gedistingeerd gezelschap is het in geen geval. De prettigste menschen aan boord zijn de scheepsofficieren. Gewoonlijk zijn er maar enkele 1e klaspassagiers, op de vorige reis bijv. 6, zoodat het nu met 20 1e-klaspassagiers heel “vol” is. Vandaar ook dat ik den heer Press gastvrijheid moest verleenen. Er zijn maar weinig 1e-klas-hutten; Zij zijn alle, evenals de eetzaal op het promenade-dek.

Er is absoluut geen aardigheid aan deze overtocht We zullen alle drie heel blij zijn als we in N.Y. zijn.

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

19 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Zondag 19 November 1922

Dinsdagavond 14 Nov. 8.41 uit Amsterdam vertrokken. Slaapwagen en restauratiewagen. Slaapcoupé slecht verlicht, feitelijk te slecht om te lezen. Bed goed, maar als men niet zeker is van zijn coupé-genoot is ’t gewenscht niet te gaan slapen, want men is feitelijk aan hem overgeleverd. Restauratie-wagen slecht; haast niet mogelijk te eten door het schudden. Rijkelijke maaltijd voor f 3,50. Den volgenden morgen om 6.23 te Hamburg en om 8.41 vandaar vertrokken naar Warnemünde. Spoorwagens vuil en in alle opzichten verwaarloosd. In Warnemünde moest weer alle bagage gevisiteerd door de duitschers; geen moeilijkheden. Op de boot Deensche douanen voor de handbagage. De groote bagage [-*…*] wordt pas in Copenhagen nagekeken. Op de boot naar Gjedser is een uitstekende eetzaal, ongeveer midscheepsch; consumptie ook goed. Voor iemand die vatbaar is voor zeeziekte is het aan te bevelen dadelijk zijn intrek te nemen in de eetzaal; daar is men veel beter dan op het dek of in de rooksalon, die klein en vol is. De reis van Gjedser naar Kopenhagen is niet bijster interessant. Het landschap doet dikwijls aan het Nederlandsche denken, maar de huizen zijn anders. In Kopenhagen afgehaald door Hatt. Bagage gevisiteerd en betaald (in Hamburg had ik geen geld genoeg om tot Kop. te betalen; 2 *……* hutkoffers kostte 42000 mark, zoodat ik tot Gjedser betaalde en verder op de pof). Hatt had een kamer voor me besproken in “Danevicke-Grundtvejs Hus”, Studiestraede. Heel goed. Kamer kostte 3.50 Kr. per dag. Eten ook niet duur; ik heb er echter alleen ontbeten. Voor + *….* 1.40 Kr. krijgt men brood en boter vrijwel ad libitum, een ei, en een kan met koffie en toebehooren (2 flinke koppen).

’S avonds met Hatt ergens gegeten. Volgende morgen naar

                                                           2

het museum en daar de ethnografische verzameling bekeken. Ook kennisgemaakt met Mackeprang, Thomsen en Hatt’s collega v. klassieke archaeologie. Mackeprang spreekt geen Engels. Thomsen zeer gebrekkig. Het verdient aanbeveling maar dadelijk Duitsch te spreken. Trouwens in ’t algemeen kreeg ik den indruk dat men met D. in Kopenhagen verder komt dan met Engelsch. Overigens is het hoogst lastig als men geen Deensch kent, want kelners, tramconducteurs, politieagenten, winkeliers etc. verstaan en spreken voorzoover mijns ondervinding reikt enkel Deensch. ’S avonds groot afscheidsdiner van Hatt’s vrienden. Zulke dingen kunnen ze goed. Kort menu, niet al te veel getoast zoodat men na het eten nog lang gezellig bijeen kan zijn en zich niet overeet of overdrinkt. Het was prettig, hoewel ik zoowat niets verstond. Om 12 uur gingen we naar huis Den volgenden morgen in ’t hotel gebleven; smiddags met de H. twee visites gemaakt, waarvan één thuis getroffen: een neef v. Mevr. Hatt, oud-marineofficier nu commandant van het curieuze zeelui-dorpje in Kopenhagen Den avond bij de Hatten doorgebracht. [-Den] Zaterdagochten [-*…*] daar met ons drieën geposeerd voor een photograaf van de Berl. Tidende. In mijn hotel gegeten en daarna met een taxi naar de haven.Er lag een klein stoombootje klaar om passagiers voor de Lithuania met hun bagage over te brengen. Het was winderig en het bootje schommelde hevig. Het kostte eenige moeite langszij te komen en de passagiers moesten één voor één den trap opgeheschen worden. Intusschen sloegen de golven over het dek van het bootje: het was niet aangenaam. Later deed het bootje nog verscheidene tochten, telkens met passagiers die gebracht of gehaald moesten worden. Het woei hoe langer hoe harder en toen de laatste lading van boord ging (blijkbaar familieleden van scheepsofficieren) was het donker en spoelden de golven voortdurend over het dek. Er moesten ook

                                                           3

kleine kinderen mee, die natuurlijk barbaars[-ch] schreeuwden; en vrouwen die niet goed durfden. Het leek mij lang niet ongevaarlijk, maar de menschen die het weten kunnen dachten er blijk- baar anders over.

De Lituania is een boot v.d. Baltic-Americ. Line, behoorende aan de Øst-Asiatisk Komp. Ze komt nu van Dantzig en Libau en heeft vooral veel Balto-Slavische 2e en 3e kl. passagiers aan boord. Daarop is het schip dan ook in de eerste plaats ingericht. Er zijn maar weinig 1e  kl. passagiers en het voor hen gereserveerde deel v.h. schip is betrekkelijk klein. Netjes, maar eenvoudig; gezellig ook. De eerste klasse hier lijkt veel op de tweede kl. op de Holl. booten. Luxe-hutten zijn er niet. De allerbeste hutten zijn = ruime 1e kl. hutten op de ‘Noordam’ e.d. [-Passagiers] [-*…*] [-*…*] De meeste stewards zijn Russen of Balten en spreken maar heel gebrekkig Duitsch. De algemeene zindelijkheid is ook beslist minder groot dan op de Nederl. schepen, maar niet onvoldoende. De officieren, dokter en purser zijn alle Deensch. De overige 1e kl. passagiers [-zijn] vormen een internationaal gezelschap. Er zijn Russen, Duitschers en Amerikanen, <Polen>. Het weer is totnutoe goed, maar wat winderig. De route [-ligt] is die om Schotland en Ierland heen.

In deze aflevering van mijn podcast behandel ik 19 november 1922. Zie hiervoor ook mijn post op deze website van 26 mei 2021.

Di hou creol: De Josselin de Jong en de Quebec Line.

Van de historicus Jos Niewold kreeg ik interessante informatie over de door De Josselin de Jong genoemde Quebec Line en het schip de Guiana . Door zijn speurwerk weten we nu dat het bedrijf de Quebec Steamship Company heette. Via deze site is te zien dat het tussen 1907 en 1908 lijndiensten onderhield met drie schepen. De Bermudian en de Trinidad voeren tussen New York en Bermuda, de Trinidad had bovendien een ronde van New York, via Bermuda, naar Nassau (Bahama’s) en vervolgens rechtstreeks terug naar New York. De Guiana, het schip waarmee in 1922 waarop De Josselin de Jong en het echtpaar Hatt naar St. Thomas voeren, onderhield in deze periode een route van New York naar St. Thomas, St. Croix, St. Kitts, Antiqua, Guadeloupe, Dominica, Martinique, St. Lucia, Barbados en ten slotte naar Demerara, het middelste deel van het huidige Guyana. Tot aan het begin van de negentiende eeuw was dit gebied een van de drie Nederlandse koloniën. In de aangrenzende gebieden Essequibo en Berbice werden overigens respectievelijk Skepi Dutch Creole en Berbice Dutch Creole gesproken.

Tussen december 1911 en mei 1912 wordt de route van de Guiana ook gevaren door de Parima en de Korona (What’s in a name!). In latere brochures komt de naam Quebec Steamship Co. niet meer voor. Werd de naam Furness, Withy & Co eerst nog genoemd onder de naam Quebec Steamship Company, vanaf 1920 zien we alleen nog Furness Bermuda Line. Een brochure met de afbeelding van de Guiana staat hier.

Bij de brochure van Quebec Steamship Company op de bovengenoemde website is nog meer informatie te vinden. De Guiana is gebouwd in 1907 en gesloopt in 1925. Het was 345 feet (ruim 105 meter) lang en had een volume van 3.657 gross register tonnage.

In het artikel Quebec Steamship Line keeps St. Croix in the forefront of shipping (Elizabeth Rezende, The Virgin Islands Daily News, September 22, 2016) staat een foto uit januari 1923 van de Guiana die zojuist vanuit St. Thomas in Brooklyn is aangekomen. Op het schip ligt een pak sneeuw. Dat is wel heel kort na de reis die De Josselin de Jong hiermee maakte. Elisabeth Rezende schrijft over de Quebec Steamship Company:

Since 1874, the Quebec Gulf Ports Steamship Company continually had provided services between the ports of the St. Lawrence River. Looking to expand, their first breakaway route from the St. Lawrence River area was a shuttle between New York and Bermuda, transporting foodstuffs and dry goods to Bermuda and bringing back onions.

Six years later, with a desire to expand shipping to other West Indian islands, the company included the Windward Islands in its routes. With an eye to providing service to two of the focal ports in the Caribbean, Barbados and Demerara, it then scheduled interval ports of call: St. Thomas, St. Croix, St. Kitts, Antigua, Guadeloupe, Dominica and Martinique. In order to provide service, the company in 1907 had acquired three midsize sister ships, each between 3000-4,000 tons: the Korona, Parima, and Guiana. (Rezende, 2016)

Het hele artikel is overigens leuk om door te nemen. Zo lijkt het zeker zo te zijn dat de reizen met De Quebec Line er misschien wel de aanleiding voor zijn geweest dat cruises naar het Caribisch gebied populair werden.

Di hou creol: De Josselin de Jong komt aan op St. Thomas (13 december 1922)

In deze aflevering van De Josselin de Jongs Dagboek betreffende de expeditie naar de Antillen lees ik de aantekeningen voor van 9 tot en met 13 december 1922. Na een, volgens mij, saaie reis bij een vervelende maatschappij, komen de archeologen aan op St. Thomas en direct worden ze als belangrijke personen gezien.

De tekst was redelijk saai… Toch heb ik een paar items die wat extra aandacht kunnen krijgen. Zo worden Hatt en De Josselin de Jong uitgenodigd om op 14 december kennis te komen maken met de gouverneur. Dat is op dat moment Henry Hughes Hough. Meer informatie over hem is te vinden op de Engelstalige wikipedia-site over hem. Die vindt u hier.

Henry Hughes Hough in 1916.jpg
Hough in 1916 (Via Wikipedia)

Vervolgens lezen we dat De Josselin de Jong en het echtpaar Hatt zullen logeren in het Grand Hotel in Charlotte Amalie. Meer informatie vindt u hier.

File:Former Grand Hotel Charlotte Amalie.JPG - Wikimedia Commons

Grand Hotel, Charlotte Amalie, US Virgin Islands (Bron: Wikimedia Commons)

Ten slotte lezen we dat men zal gaan samenwerken met mensen die ook al voor De Booy werkten. Over deze Nederlands-Amerikaanse archeoloog die als eerste serieus archeologisch veldwerk verrichtte naar de oudste bewoners van St. Thomas en St. Croix is informatie te vinden op deze wikipedia-site.

Theodoor Hendrik Nikolaas de Booy.png
Theodoor de Booy (Bron: The National Cyclopaedia of American Biography, Volume XVII, 1920, pages 314–315)

De Josselin de Jongs laatste dagen in New York, 1922

Er moest weer wat ritme komen in het uitbrengen van de podcasts en dat kon het beste met afleveringen over het prachtige dagboek van J.P.B. de Josselin de Jong. Op 7 november kwam de aflevering van Di hou creol uit over de dagen 3, 4 en 5 december 1922 en gisteren, 14 november kwam die over 6, 7 en 8 december op het net.

De podcast afleveringen staan hier (3, 4 en 5 december 1922) en hier (6, 7 en 8 december 1922).

Opmerkingen over archeologie: Pachacmac, Aggri-kralen, Stratigrafie.

American Museum of Natural History: Curatoren, .Charles W. Mead, Clark Wissler, Clark Wissler, Pliny Earle Goddard, Nels C. Nelson,

Gustav Heye Center: website, Wiki over G.G. Heye Center, Georg Gustav Heye, Frederick Webb Hodge, Mark Raymond Harrington, Boek over Cuba van Harrington.

Columbia University: Franz Boas.

Expeditiegenoten: Gudmund Hatt, Emilie Demant Hatt, J.P.B. de Josselin de Jong.

Werkgever van De Josselin de Jong: Hendrik Juynboll.

Di hou creol – podcast over Virgin Islands Dutch Creole: De Josselin de Jongs expeditie naar de Antillen, 1 en 2 december 1922

Het valt niet mee om een podcast regelmatig bij te houden naast een gewone baan. De herfstvakantie vul ik dus met het maken van nieuwe afleveringen.

Op 1 en 2 december is J.P.B. de Josselin de Jong nog steeds in New York. Gudmund Hatt, zijn vrouw en De Josselin de Jong wachten op hun overtocht en vullen hun tijd met verplichtingen bij de douane, het vinden van een hotel en het bezoeken van het American Museum of Natural History. De meegereisde crimineel blijkt Wolf Lindenfeld, een van de samenzweerders van de eerste terroristische aanslag op Amerikaanse bodem: de bomaanslag op Wallstreet van 16 september 1920.

Het hotel waar De Josselin de Jong en het echtpaar Hatt verblijven is Endicot hotel. Zie Wikipedia: Endicott Hotel. Het ligt aan Columbus Ave, tussen 81 en 82 street, schuin tegenover het American Museum of Natural History. In het museum ontmoetten Hatt en de De Josselin de Jong enkele curatoren. Heel belangrijk is Charles W. Mead, die over Zuid-Amerikaanse archeologie gaat. Zijn portret is opgenomen in de Hall of Fame van Smithsonian en zijn publicaties zijn gemakkelijk te vinden op het Internet. De andere twee curatoren met wie ze contact hebben zijn Clark Wissler en Pliny E. Goddard.

Bij hun bezoek bekijken ze Chimu en Marajó aardewerk. Op de Wikipedia-site over Marajó is een afbeelding te vinden van een bewerkte kom die enorm lijkt op de bewerkte kalebassen die in het Caribisch gebied gebruikt werden. Zie mijn exemplaar hieronder.

Ten slotte noem ik Wolf Lindenfeld, die betrokken was bij de eerste terroristische aanslag in de Verenigde Staten. Het artikel van Farah Halime op Ozy.com vindt u hier. Een krantenartikel waarin de arrestatie van Wolf Lindenfeld in Warschau wordt beschreven, vindt u hier.

Meer weten over J.P.B. de Josselin de Jong als antropoloog? Lees dan zeker F. Effert, J.P.B. de Josselin de Jong, Curator and Archaeologist, A study of his early career (1910-1935). Leiden: 1992. In de podcast noem noem ik het foutief curator en antropologist… Sorry!

De desbetreffende podcastaflevering staat hier: