Category Archives: KITLV

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

26 november 1922

Een verstekeling, vlak voor Thanksgiving

Zondag 26 November

Van Vrijdagmiddag tot vanochtend toe storm gehad. Twee achter elkaar. Nu is de wind gaan liggen maar staat er natuurlijk een zware deining. Heb er echter weinig last van. De twee vorige dagen alleen het ontbijt in de eetzaal gebruikt; verder meest geslapen voorzoover dat mogelijk was, of gedommeld. Op den vierden dag vd. reis is er een stow-away ontdekt. Hij is gereinigd en gevoed en moet nu werken voor de kost. Hij moet weer mee terug en als

                                                           7

hij in Amerika ontsnapt moet de mij 5000 dollar voor hem betalen. Er zijn wel eens 6 tegelijk ontdekt. Gewoonlijk komen zij aan boord met hulp v. leden der bemanning. Men hoopt Woensdag N.Y. te bereiken, want de bezending landverhuizers die we aan boord hebben moet vóór 1 December (Vrijdag) aan wal zijn, anders moeten ze weer mee terug. En Donderdag is “Thanksgiving day” en moeten de Amerik. ambtenaren zwaar betaald worden voor het werk dat ze dan zouden moeten doen.

Vilhelm Peter Plantener, Nordbane Alle 6, Gentrofte,[1] Danmark (1e machinist a.b. Lituania).


[1] Vilhelm Plantener – Historische gegevens en stambomen – MyHeritage


In deze podcastaflevering las ik 24 en 26 november voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 1 juli 2021.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

24 november 1922

Een boeiend gesprek en een rondleiding door het schip

Vrijdag 24 November

Donderdagochtend lang bij den machinist in zijn hut zitten praten samen met Hatt, Press en den Boheemsch-Amerkaanschen newspaperman. De machinist (Plantener) heeft ons allerlei interessante postzegels laten zien en papiergeld. Zoo bijv. bankpapier waarvan het schrijfpapier van de Øst asiatisk Komp. gebruikt is. Toen nl. de Duitschers in

                                                           6

Libau kwamen eischten zij millioenen. Zoveel geld had men niet. Er moest dus gedrukt worden. Maar papier had men ook niet; toen eischte men al het schrijfpapier[-*v.d.*] v.h. kantoor der Ø.As. Komp. op en maakte daar geld van. Ook had hij postzegels, gedrukt op Duitsch noodgeld e.d.m. Vervolgens heeft hij ons de machinekamer laten zien. Wij zijn overal geweest, bij de vuren en heelemaal achter in het schip, waar de schroefassen in de wand verdwijnen. Het was daar beneden niet onpleizierig, vooral in de machinekamer waar men niets van de beweging van het schip merkt. De ventilatie is er goed. De dokter ontving ons ook gastvrij. Hij is vroeger officer v. gezondheid bij de marine geweest; heeft dienst genomen in het *Den* leger en aan het Fr. front gediend. Daarna is hij scheepsdokter op deze lijn geworden Ook is hij verscheiden jaren lid van het Deensche parlement geweest. Ik kon gisteren alle maaltijden aan tafel nuttigen, maar na dinner moest ik weer haastig gaan liggen en was verder niet in staat [-*..*] tot iets anders. Van nacht mist en getoeter. Van ochtend ontbeten in de eetzaal, goed in conditie. Het schip slingert en stampt en men verwacht ruw weer. Gisteren weer zeemeeuwen; zij schijnen dus met het schip mee te gaan.

—————————-

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

22 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Woensdag 22 November

Gisteren het diner (7 uur) in mijn bed gebruikt. Vandaag ook den heelen dag in bed gebleven. Nu is het weer rustiger. Van morgen om 8 uur een zeemeeuw gezien; vrij ver van van land, want [-dinsdag]<ul.Maandag>middag vóór donker waren wij bij de Orkney-eilanden. Heb vanmiddag weer een dosis Mothersill ingenomen om het diner te kunnen verorberen. In de 1e kl. zijn maar weinig [-..*] zeeziek. Een paar zitten met groene gezichten aan tafel en eten haast niets. Het lijkt mij beter in bed te blijven en goed te eten – en aangenamer ook.

Press begint op zijn verhaal te komen en speelt op ’t oogenblik viool, boven in de muziekkamer.


              

In deze podcastaflevering behandel ik 22 en 23 november 1922. Zie ook mijn post van 11 juni 2021.

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

21 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

               Dinsdag 21 November

Een hutgenoot gekregen: Michael Press, Russisch musicus (violist), vroeger professor aan het conservatorium in Moscou geloof ik en door de revolutie uit Rusland verdreven. Heeft ook in Holland gespeeld; verscheidene jaren in Duitschland gewoond en nu op [-weg *…*] tournee naar Amerika. Ik kon het slechter getroffen hebben.

Het weer is volgens de zeelui prachtig; niet koud en niet te veel wind. Maar ondertusschen kan men op het niet-

                                                           4

beschutte deel van het dek bijna niet op zijn beenen staan en stampt het schip erg. Ik voel me dan ook voortdurend min of meer onlekker. Mothersill helpt wel, maar niet afdoende. Men zou dan vermoedelijk veel meer moeten nemen. Gister ochtend was ik bij het opstaan bepaald ziek. Met behulp van een kop thee slaagde ik erin twee heel kleine broodjes naar binnen te werken, maar moest toen ook haastig gaan liggen. Een uur daarna (+10.15) nam ik een dosis Mothersill (2 pillen) en bleef daarna nog tot de lunch liggen (12.30). Toen voelde ik me heel goed, hoewel de zee zeker niet rustiger was dan ’s morgens, en at met smaak. Den heelen middag bleef ik in goede conditie en ik kon ook aan het diner deelnemen (7 uur) hoewel ik toen niet meer heelemaal lekker was en dan ook niet van alles at. ’S avonds heb ik tot 9.30 in de rookkamer gegeten en ook gerookt. Vanochtend werd ik wakker met hoofdpijn, onlekker. Nu ontbeet evenwel, at zelfs twee spiegeleieren, maar moest daarop zoo overhaast de vlucht nemen dat ik geen tijd had mijn kop thee op te drinken. Toen ik eenmaal lag werd ik gauw beter. Om 11.15 een dosis Mothersill. Luch om 12.30 bijgewoond, maar voorzichtig in mijn keuze; ook nog niet heelemaal goed. Nu is het ongeveer kwart voor vijf. Ik voel me goed, maar heb toch geen lust naar de eetzaal te gaan voor een kop thee of koffie en gebak. Het schijnt dat die pillen bij mij niet zoo snel werken als de gebruiksaanwijzing aangeeft, maar aan den anderen kant duurt de werking wel langer dan 5 uur. Afdoende werken ze echter ingeen geval. Mevr. Hat voelt zich voordrurend ellendig ondanks Mothersill. Zij komt nu aan geen enkelen maaltijd en eet alleen af en toe een stukje brood in haar  hut. Het gezelschap bestaat uit de Russ. musicus, een Tsjechoslo[v/w]aak, een in Boheme geboren Yankee, een paar

                                                           5

Duitschers, Duitsch-Amerikanen en [-*Duitsch*] Poolsch-Amerikanen. Een gedistingeerd gezelschap is het in geen geval. De prettigste menschen aan boord zijn de scheepsofficieren. Gewoonlijk zijn er maar enkele 1e klaspassagiers, op de vorige reis bijv. 6, zoodat het nu met 20 1e-klaspassagiers heel “vol” is. Vandaar ook dat ik den heer Press gastvrijheid moest verleenen. Er zijn maar weinig 1e-klas-hutten; Zij zijn alle, evenals de eetzaal op het promenade-dek.

Er is absoluut geen aardigheid aan deze overtocht We zullen alle drie heel blij zijn als we in N.Y. zijn.

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

19 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Zondag 19 November 1922

Dinsdagavond 14 Nov. 8.41 uit Amsterdam vertrokken. Slaapwagen en restauratiewagen. Slaapcoupé slecht verlicht, feitelijk te slecht om te lezen. Bed goed, maar als men niet zeker is van zijn coupé-genoot is ’t gewenscht niet te gaan slapen, want men is feitelijk aan hem overgeleverd. Restauratie-wagen slecht; haast niet mogelijk te eten door het schudden. Rijkelijke maaltijd voor f 3,50. Den volgenden morgen om 6.23 te Hamburg en om 8.41 vandaar vertrokken naar Warnemünde. Spoorwagens vuil en in alle opzichten verwaarloosd. In Warnemünde moest weer alle bagage gevisiteerd door de duitschers; geen moeilijkheden. Op de boot Deensche douanen voor de handbagage. De groote bagage [-*…*] wordt pas in Copenhagen nagekeken. Op de boot naar Gjedser is een uitstekende eetzaal, ongeveer midscheepsch; consumptie ook goed. Voor iemand die vatbaar is voor zeeziekte is het aan te bevelen dadelijk zijn intrek te nemen in de eetzaal; daar is men veel beter dan op het dek of in de rooksalon, die klein en vol is. De reis van Gjedser naar Kopenhagen is niet bijster interessant. Het landschap doet dikwijls aan het Nederlandsche denken, maar de huizen zijn anders. In Kopenhagen afgehaald door Hatt. Bagage gevisiteerd en betaald (in Hamburg had ik geen geld genoeg om tot Kop. te betalen; 2 *……* hutkoffers kostte 42000 mark, zoodat ik tot Gjedser betaalde en verder op de pof). Hatt had een kamer voor me besproken in “Danevicke-Grundtvejs Hus”, Studiestraede. Heel goed. Kamer kostte 3.50 Kr. per dag. Eten ook niet duur; ik heb er echter alleen ontbeten. Voor + *….* 1.40 Kr. krijgt men brood en boter vrijwel ad libitum, een ei, en een kan met koffie en toebehooren (2 flinke koppen).

’S avonds met Hatt ergens gegeten. Volgende morgen naar

                                                           2

het museum en daar de ethnografische verzameling bekeken. Ook kennisgemaakt met Mackeprang, Thomsen en Hatt’s collega v. klassieke archaeologie. Mackeprang spreekt geen Engels. Thomsen zeer gebrekkig. Het verdient aanbeveling maar dadelijk Duitsch te spreken. Trouwens in ’t algemeen kreeg ik den indruk dat men met D. in Kopenhagen verder komt dan met Engelsch. Overigens is het hoogst lastig als men geen Deensch kent, want kelners, tramconducteurs, politieagenten, winkeliers etc. verstaan en spreken voorzoover mijns ondervinding reikt enkel Deensch. ’S avonds groot afscheidsdiner van Hatt’s vrienden. Zulke dingen kunnen ze goed. Kort menu, niet al te veel getoast zoodat men na het eten nog lang gezellig bijeen kan zijn en zich niet overeet of overdrinkt. Het was prettig, hoewel ik zoowat niets verstond. Om 12 uur gingen we naar huis Den volgenden morgen in ’t hotel gebleven; smiddags met de H. twee visites gemaakt, waarvan één thuis getroffen: een neef v. Mevr. Hatt, oud-marineofficier nu commandant van het curieuze zeelui-dorpje in Kopenhagen Den avond bij de Hatten doorgebracht. [-Den] Zaterdagochten [-*…*] daar met ons drieën geposeerd voor een photograaf van de Berl. Tidende. In mijn hotel gegeten en daarna met een taxi naar de haven.Er lag een klein stoombootje klaar om passagiers voor de Lithuania met hun bagage over te brengen. Het was winderig en het bootje schommelde hevig. Het kostte eenige moeite langszij te komen en de passagiers moesten één voor één den trap opgeheschen worden. Intusschen sloegen de golven over het dek van het bootje: het was niet aangenaam. Later deed het bootje nog verscheidene tochten, telkens met passagiers die gebracht of gehaald moesten worden. Het woei hoe langer hoe harder en toen de laatste lading van boord ging (blijkbaar familieleden van scheepsofficieren) was het donker en spoelden de golven voortdurend over het dek. Er moesten ook

                                                           3

kleine kinderen mee, die natuurlijk barbaars[-ch] schreeuwden; en vrouwen die niet goed durfden. Het leek mij lang niet ongevaarlijk, maar de menschen die het weten kunnen dachten er blijk- baar anders over.

De Lituania is een boot v.d. Baltic-Americ. Line, behoorende aan de Øst-Asiatisk Komp. Ze komt nu van Dantzig en Libau en heeft vooral veel Balto-Slavische 2e en 3e kl. passagiers aan boord. Daarop is het schip dan ook in de eerste plaats ingericht. Er zijn maar weinig 1e  kl. passagiers en het voor hen gereserveerde deel v.h. schip is betrekkelijk klein. Netjes, maar eenvoudig; gezellig ook. De eerste klasse hier lijkt veel op de tweede kl. op de Holl. booten. Luxe-hutten zijn er niet. De allerbeste hutten zijn = ruime 1e kl. hutten op de ‘Noordam’ e.d. [-Passagiers] [-*…*] [-*…*] De meeste stewards zijn Russen of Balten en spreken maar heel gebrekkig Duitsch. De algemeene zindelijkheid is ook beslist minder groot dan op de Nederl. schepen, maar niet onvoldoende. De officieren, dokter en purser zijn alle Deensch. De overige 1e kl. passagiers [-zijn] vormen een internationaal gezelschap. Er zijn Russen, Duitschers en Amerikanen, <Polen>. Het weer is totnutoe goed, maar wat winderig. De route [-ligt] is die om Schotland en Ierland heen.

In deze aflevering van mijn podcast behandel ik 19 november 1922. Zie hiervoor ook mijn post op deze website van 26 mei 2021.

The Mysterious Leyden Böhner Manuscripts

In 2007/2008 the Leyden National Museum for Ethnology donated 19 notebooks to the Royal Netherlands Institute of Southeast Asian and Caribbean Studies (KITLV). One of the notebooks contains a typoscript of a Gospel Harmony, the other ones are manuscripts of several large liturgical texts, and all are written in Negerhollands.  The librarian/archivist contacted Hans den Besten to find out the importance of these texts. Den Besten immediately recognized the texts and their value for future research.

DSC04012

The texts appeared to be copies of Negerhollands manuscripts that had been kept in the Unitäts Archiv in Herrnhut, Germany. The notebooks have, as far as I know, been manufactured in the Netherlands, but it remains unclear who transcribed these texts. In the catalogue of KITLV these texts are dated around 1940, but I could not find a date in any of the notebooks.

In the beginning of the twentieth century D. C. Hesseling contacted Archivist A. Glitsch of the Unitäts Archiv and ordered a copy of the Negerhollands Grammar, which is kept in Herrnhut. He got the copy, paid for it and after his death, his widow donated this manuscript to the University Library of Leyden. All letters with regard to this copy are still available in the University Library of Leyden. However, unfortunately we cannot find a single clue who copied these other texts in any of Hesseling’s letters or other manuscripts. The handwriting resembles that of Hesseling, but I think it is too early to draw a conclusion about that.

A first glance in the notebooks reveals complete paragraphs of the Old Testaments that were illegible in the original eighteenth century texts we used for our Clarin-NL NEHOL corpus.

DSC04013

It is a nice coincidence that the typoscript is a copy of Gospel Harmony 3.2.2., the one with the metalinguistic comments in the preface.

DSC03916

The texts still leave us with a lot of questions, which will hopefully be answered in a next quest.

Photos by KITLV

De Josselin de Jong, February 13th 1923

DSC04023

In his  diary, De Josselin de Jong often mentions his linguistic fieldwork. An example from February 13th 1923:

djdj 13 feb

“’s Middags verscheen Emil Francis, een bejaarde neger van Smiths bay, East End, die door reverend Romyn op ontboden was omdat hij eveneens nog goed Negerhollandsch kent. Hij bleek ook inderdaad de taal nog behoorlijk te kunnen spreken en er veel belang in te stellen, maar hij wist niets te vertellen. Waarschijnlijk zou ik hem na 2 of 3 interviews wel aan den gang te kunnen krijgen, maar daar hij aan East End woont kan daar niet van komen. Het is intusschen wel nuttig van verschillende persoonen informatie te krijgen. Van individueele verschillen in uitspraak is heel weinig merkbaar.”

In the afternoon Emil Francis appeared, an elderly black from Smiths Bay, East End, who had been summoned by reverend Romyn because he too still had a good command of Negerhollands. It turned out that he was still able to speak the language properly and he was interested in it, , but he had nothing to tell. After two or three interviews I would probably be able to get him going, but since he lives in East End, it will not happen. Meanwhile it is quite useful to get information from different persons. Only very little is noticeable of individual differences in pronunciation, (cvr, rvs)

Emil Francis was born in 1854, and, despite his knowledge of Negerhollands, mentioned above, he only contributed just one, short text (no. XVII) to De Josselin de Jong’s Het Huidige Negerhollandsch (1926) which I present below  in normalized orthography:

“De domnee wa a doop mi si naam a Mr. Wit, domni fa Hernhut. Mi a lo lo a skool a di jaa 1871. Di skoolhus a kaa fal. So ons a ha fo hou skool a di kérek. And da di ótkweek a fin ons an ons a ha fu kuri abit it fa di kérek. An mi maa a lo draa melek a Kwati an mi di ótkweek am a kri di stibn.

Asta die gale di selef jaa di a ha kálara. Mushi fulek wa mi weet a doot. Ons na kan lo we it fa Kwati. De dómnee na listáá ons lo eenteen pat abiti it fa di plantai.”

The reverend who baptised me, his name is Mr. Wit, reverend of Herrnhut. I went to school in the year 1871. The schoolhouse had fallen down. So we had to hold school in the church. And there the earthquake found us and we had to run outside of the church. And my mother was bringing milk to Kwati (the school grounds?, Dutch: Kwartier) and during the earthquake she got the convulsions (she became very frightened). 

After the storm the same year, there was cholera. Many people that I knew died. We could not leave Kwati. The reverend did not let us go anywhere outside of the plantation. (cvr, rvs)

De Josselin de Jong did not add an English translation of this text in his work. He just remarks that “Prince (which must be Emil Francis, cvr) remembers an earthquake and a cholera epidemic about 1871.”

On St. Thomas, the earthquake raged after an attack of a hurricane, on August 21st 1871.  All houses were damaged, but more than a hundred were destroyed. About 150 people were injured or died of their injuries.  (See Delpher for more information.)

Both photo’s: KITLV, Leyden, The Netherlands

Thanks for your help, Robbert!

Unknown Negerhollands Manuscripts Library KITLV

Only a few months ago I found out that in 2008 about 18 notebooks with texts of the German missionary translator Johann Böhner were presented to the library of the KITLV (see last weeks post).

On Friday January 10th I investigated these texts. It was amazing, among other reasons, because the late Hans den Besten already examined some pages of these texts in 2007, discussed them with Sirtjo Koolhof in an e-mail correspondence and considered them of high interest.

The note books contain in total about 1280 pages of twentieth century transcriptions of eighteenth century liturgical texts. Of one of the eighteenth century Gospel Harmonies, 3.2.2. according to the code Peter Stein introduced in 1986, and which we use in our Clarin database, a typoscript is preserved.

All manuscripts were unfortunately anonymous, no writer, transcriptor or owner were mentioned, nor in the notebooks, nor on the covers. The originals of these manuscripts are stored in the Unitäts Archiv in Herrnhut, Germany, and as far as we know, no letters or bills considering these texts exist to search for a provenance. Like Hans den Besten wrote in one of his related e-mails, I ask myself: Did D.C. Hesseling, who did not use these texts for his 1905 publication, got renewed interest and ordered these transcriptions? Did he plan a new publication? It seems unlikely he transcribed these extensive texts himself. The notebooks  seem to be made by a Dutch and not a German manufacturer however…..

I hope to publish a few photographs and a list of contents of these notebooks soon.

Example of an opened page in manuscript 3.2.2. by Johann Böhner.

Negerhollands 322

De Josselin de Jong’s St. Thomas diary in library KITLV

De Josselin de Jong’s diary of the 1922-1923 archaeological expedition to St. Thomas, St. John, Saba, St. Eustatius, Curacao and Aruba is preserved in the library of the KITLV. It consists of one notebook in which De Josselin de Jong never uses a word of Negerhollands, but in which the process  of finding and interviewing informants (on St. Thomas and St. John), and finding older texts is presented more or less clearly. He even mentions an unknown Jesaiah manuscript, which he tried to copy during his last week on St. John. I hope to publish some examples from or pictures of the diary soon.

Click on logo for more information about the Royal Netherlands Institute of Southeast Asian and Caribbean Studies.

.logo