Category Archives: Manuscripts

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

26 november 1922

Een verstekeling, vlak voor Thanksgiving

Zondag 26 November

Van Vrijdagmiddag tot vanochtend toe storm gehad. Twee achter elkaar. Nu is de wind gaan liggen maar staat er natuurlijk een zware deining. Heb er echter weinig last van. De twee vorige dagen alleen het ontbijt in de eetzaal gebruikt; verder meest geslapen voorzoover dat mogelijk was, of gedommeld. Op den vierden dag vd. reis is er een stow-away ontdekt. Hij is gereinigd en gevoed en moet nu werken voor de kost. Hij moet weer mee terug en als

                                                           7

hij in Amerika ontsnapt moet de mij 5000 dollar voor hem betalen. Er zijn wel eens 6 tegelijk ontdekt. Gewoonlijk komen zij aan boord met hulp v. leden der bemanning. Men hoopt Woensdag N.Y. te bereiken, want de bezending landverhuizers die we aan boord hebben moet vóór 1 December (Vrijdag) aan wal zijn, anders moeten ze weer mee terug. En Donderdag is “Thanksgiving day” en moeten de Amerik. ambtenaren zwaar betaald worden voor het werk dat ze dan zouden moeten doen.

Vilhelm Peter Plantener, Nordbane Alle 6, Gentrofte,[1] Danmark (1e machinist a.b. Lituania).


[1] Vilhelm Plantener – Historische gegevens en stambomen – MyHeritage


In deze podcastaflevering las ik 24 en 26 november voor, met commentaar. Zie ook mijn post van 1 juli 2021.


De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

24 november 1922

Een boeiend gesprek en een rondleiding door het schip

Vrijdag 24 November

Donderdagochtend lang bij den machinist in zijn hut zitten praten samen met Hatt, Press en den Boheemsch-Amerkaanschen newspaperman. De machinist (Plantener) heeft ons allerlei interessante postzegels laten zien en papiergeld. Zoo bijv. bankpapier waarvan het schrijfpapier van de Øst asiatisk Komp. gebruikt is. Toen nl. de Duitschers in

                                                           6

Libau kwamen eischten zij millioenen. Zoveel geld had men niet. Er moest dus gedrukt worden. Maar papier had men ook niet; toen eischte men al het schrijfpapier[-*v.d.*] v.h. kantoor der Ø.As. Komp. op en maakte daar geld van. Ook had hij postzegels, gedrukt op Duitsch noodgeld e.d.m. Vervolgens heeft hij ons de machinekamer laten zien. Wij zijn overal geweest, bij de vuren en heelemaal achter in het schip, waar de schroefassen in de wand verdwijnen. Het was daar beneden niet onpleizierig, vooral in de machinekamer waar men niets van de beweging van het schip merkt. De ventilatie is er goed. De dokter ontving ons ook gastvrij. Hij is vroeger officer v. gezondheid bij de marine geweest; heeft dienst genomen in het *Den* leger en aan het Fr. front gediend. Daarna is hij scheepsdokter op deze lijn geworden Ook is hij verscheiden jaren lid van het Deensche parlement geweest. Ik kon gisteren alle maaltijden aan tafel nuttigen, maar na dinner moest ik weer haastig gaan liggen en was verder niet in staat [-*..*] tot iets anders. Van nacht mist en getoeter. Van ochtend ontbeten in de eetzaal, goed in conditie. Het schip slingert en stampt en men verwacht ruw weer. Gisteren weer zeemeeuwen; zij schijnen dus met het schip mee te gaan.

—————————-

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

22 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Woensdag 22 November

Gisteren het diner (7 uur) in mijn bed gebruikt. Vandaag ook den heelen dag in bed gebleven. Nu is het weer rustiger. Van morgen om 8 uur een zeemeeuw gezien; vrij ver van van land, want [-dinsdag]<ul.Maandag>middag vóór donker waren wij bij de Orkney-eilanden. Heb vanmiddag weer een dosis Mothersill ingenomen om het diner te kunnen verorberen. In de 1e kl. zijn maar weinig [-..*] zeeziek. Een paar zitten met groene gezichten aan tafel en eten haast niets. Het lijkt mij beter in bed te blijven en goed te eten – en aangenamer ook.

Press begint op zijn verhaal te komen en speelt op ’t oogenblik viool, boven in de muziekkamer.


              

In deze podcastaflevering behandel ik 22 en 23 november 1922. Zie ook mijn post van 11 juni 2021.

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

21 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

               Dinsdag 21 November

Een hutgenoot gekregen: Michael Press, Russisch musicus (violist), vroeger professor aan het conservatorium in Moscou geloof ik en door de revolutie uit Rusland verdreven. Heeft ook in Holland gespeeld; verscheidene jaren in Duitschland gewoond en nu op [-weg *…*] tournee naar Amerika. Ik kon het slechter getroffen hebben.

Het weer is volgens de zeelui prachtig; niet koud en niet te veel wind. Maar ondertusschen kan men op het niet-

                                                           4

beschutte deel van het dek bijna niet op zijn beenen staan en stampt het schip erg. Ik voel me dan ook voortdurend min of meer onlekker. Mothersill helpt wel, maar niet afdoende. Men zou dan vermoedelijk veel meer moeten nemen. Gister ochtend was ik bij het opstaan bepaald ziek. Met behulp van een kop thee slaagde ik erin twee heel kleine broodjes naar binnen te werken, maar moest toen ook haastig gaan liggen. Een uur daarna (+10.15) nam ik een dosis Mothersill (2 pillen) en bleef daarna nog tot de lunch liggen (12.30). Toen voelde ik me heel goed, hoewel de zee zeker niet rustiger was dan ’s morgens, en at met smaak. Den heelen middag bleef ik in goede conditie en ik kon ook aan het diner deelnemen (7 uur) hoewel ik toen niet meer heelemaal lekker was en dan ook niet van alles at. ’S avonds heb ik tot 9.30 in de rookkamer gegeten en ook gerookt. Vanochtend werd ik wakker met hoofdpijn, onlekker. Nu ontbeet evenwel, at zelfs twee spiegeleieren, maar moest daarop zoo overhaast de vlucht nemen dat ik geen tijd had mijn kop thee op te drinken. Toen ik eenmaal lag werd ik gauw beter. Om 11.15 een dosis Mothersill. Luch om 12.30 bijgewoond, maar voorzichtig in mijn keuze; ook nog niet heelemaal goed. Nu is het ongeveer kwart voor vijf. Ik voel me goed, maar heb toch geen lust naar de eetzaal te gaan voor een kop thee of koffie en gebak. Het schijnt dat die pillen bij mij niet zoo snel werken als de gebruiksaanwijzing aangeeft, maar aan den anderen kant duurt de werking wel langer dan 5 uur. Afdoende werken ze echter ingeen geval. Mevr. Hat voelt zich voordrurend ellendig ondanks Mothersill. Zij komt nu aan geen enkelen maaltijd en eet alleen af en toe een stukje brood in haar  hut. Het gezelschap bestaat uit de Russ. musicus, een Tsjechoslo[v/w]aak, een in Boheme geboren Yankee, een paar

                                                           5

Duitschers, Duitsch-Amerikanen en [-*Duitsch*] Poolsch-Amerikanen. Een gedistingeerd gezelschap is het in geen geval. De prettigste menschen aan boord zijn de scheepsofficieren. Gewoonlijk zijn er maar enkele 1e klaspassagiers, op de vorige reis bijv. 6, zoodat het nu met 20 1e-klaspassagiers heel “vol” is. Vandaar ook dat ik den heer Press gastvrijheid moest verleenen. Er zijn maar weinig 1e-klas-hutten; Zij zijn alle, evenals de eetzaal op het promenade-dek.

Er is absoluut geen aardigheid aan deze overtocht We zullen alle drie heel blij zijn als we in N.Y. zijn.

Dagboek betr. expeditie naar de Antillen, 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923

19 november 1922

Honderd jaar geleden vertrok de Leidse antropoloog J.P.B, de Josselin de Jong voor een Deens-Nederlandse archeologische expeditie naar het Caribisch Gebied. Daar ontdekte hij dat het Nederlands Creools van de Deense Antillen, de huidige US Virgin Islands, nog steeds gesproken werd. De unieke verzameling Creoolse teksten, opgeschreven zoals hij ze hoorde, verscheen in 1926, vergezeld van een woordenlijst en Engelse vertalingen. Het is het eerste materiaal waarvan we zeker weten dat het écht gesproken Virgin Islands Dutch Creole laat zien.

De komende maanden toon ik op deze website mijn transcriptie van het dagboek van de expeditie van De Josselin de Jong; elke keer honderd jaar nadat het door hem is genoteerd. Meer informatie is op deze website te vinden, net als zijn publicaties die online beschikbaar zijn.

This diary is of course not only of interest or importance for Dutch speakers, but especially for the people of the US Virgin Islands and the islands which were visited by De Josselin de Jong. This is why I try to use my spare time to translate this text into English.

De tekst is (voorlopig) zonder aanpassingen genoteerd en laten dus de taal en de opvattingen zien zoals die aan het begin van de twintigste eeuw gewoon waren. Verschillende pagina’s van dit dagboek zijn inclusief aanvullend materiaal door mij voorgelezen in de podcast Di hou creol en de desbetreffende afleveringen zijn via deze website natuurlijk nog te beluisteren en te bekijken.

Bron:

Josselin de Jong, J.P.B. 1922-1923. Dagboek betr. expeditie naar de Antillen 19 Nov. 1922 – 24 Aug. 1923. 20 x 29 cm, 157 pp.

          >EN: Diary on expedition to the Antilles. >UBL: Collection KITLV, signature: OR 385 (5-6).

Zondag 19 November 1922

Dinsdagavond 14 Nov. 8.41 uit Amsterdam vertrokken. Slaapwagen en restauratiewagen. Slaapcoupé slecht verlicht, feitelijk te slecht om te lezen. Bed goed, maar als men niet zeker is van zijn coupé-genoot is ’t gewenscht niet te gaan slapen, want men is feitelijk aan hem overgeleverd. Restauratie-wagen slecht; haast niet mogelijk te eten door het schudden. Rijkelijke maaltijd voor f 3,50. Den volgenden morgen om 6.23 te Hamburg en om 8.41 vandaar vertrokken naar Warnemünde. Spoorwagens vuil en in alle opzichten verwaarloosd. In Warnemünde moest weer alle bagage gevisiteerd door de duitschers; geen moeilijkheden. Op de boot Deensche douanen voor de handbagage. De groote bagage [-*…*] wordt pas in Copenhagen nagekeken. Op de boot naar Gjedser is een uitstekende eetzaal, ongeveer midscheepsch; consumptie ook goed. Voor iemand die vatbaar is voor zeeziekte is het aan te bevelen dadelijk zijn intrek te nemen in de eetzaal; daar is men veel beter dan op het dek of in de rooksalon, die klein en vol is. De reis van Gjedser naar Kopenhagen is niet bijster interessant. Het landschap doet dikwijls aan het Nederlandsche denken, maar de huizen zijn anders. In Kopenhagen afgehaald door Hatt. Bagage gevisiteerd en betaald (in Hamburg had ik geen geld genoeg om tot Kop. te betalen; 2 *……* hutkoffers kostte 42000 mark, zoodat ik tot Gjedser betaalde en verder op de pof). Hatt had een kamer voor me besproken in “Danevicke-Grundtvejs Hus”, Studiestraede. Heel goed. Kamer kostte 3.50 Kr. per dag. Eten ook niet duur; ik heb er echter alleen ontbeten. Voor + *….* 1.40 Kr. krijgt men brood en boter vrijwel ad libitum, een ei, en een kan met koffie en toebehooren (2 flinke koppen).

’S avonds met Hatt ergens gegeten. Volgende morgen naar

                                                           2

het museum en daar de ethnografische verzameling bekeken. Ook kennisgemaakt met Mackeprang, Thomsen en Hatt’s collega v. klassieke archaeologie. Mackeprang spreekt geen Engels. Thomsen zeer gebrekkig. Het verdient aanbeveling maar dadelijk Duitsch te spreken. Trouwens in ’t algemeen kreeg ik den indruk dat men met D. in Kopenhagen verder komt dan met Engelsch. Overigens is het hoogst lastig als men geen Deensch kent, want kelners, tramconducteurs, politieagenten, winkeliers etc. verstaan en spreken voorzoover mijns ondervinding reikt enkel Deensch. ’S avonds groot afscheidsdiner van Hatt’s vrienden. Zulke dingen kunnen ze goed. Kort menu, niet al te veel getoast zoodat men na het eten nog lang gezellig bijeen kan zijn en zich niet overeet of overdrinkt. Het was prettig, hoewel ik zoowat niets verstond. Om 12 uur gingen we naar huis Den volgenden morgen in ’t hotel gebleven; smiddags met de H. twee visites gemaakt, waarvan één thuis getroffen: een neef v. Mevr. Hatt, oud-marineofficier nu commandant van het curieuze zeelui-dorpje in Kopenhagen Den avond bij de Hatten doorgebracht. [-Den] Zaterdagochten [-*…*] daar met ons drieën geposeerd voor een photograaf van de Berl. Tidende. In mijn hotel gegeten en daarna met een taxi naar de haven.Er lag een klein stoombootje klaar om passagiers voor de Lithuania met hun bagage over te brengen. Het was winderig en het bootje schommelde hevig. Het kostte eenige moeite langszij te komen en de passagiers moesten één voor één den trap opgeheschen worden. Intusschen sloegen de golven over het dek van het bootje: het was niet aangenaam. Later deed het bootje nog verscheidene tochten, telkens met passagiers die gebracht of gehaald moesten worden. Het woei hoe langer hoe harder en toen de laatste lading van boord ging (blijkbaar familieleden van scheepsofficieren) was het donker en spoelden de golven voortdurend over het dek. Er moesten ook

                                                           3

kleine kinderen mee, die natuurlijk barbaars[-ch] schreeuwden; en vrouwen die niet goed durfden. Het leek mij lang niet ongevaarlijk, maar de menschen die het weten kunnen dachten er blijk- baar anders over.

De Lituania is een boot v.d. Baltic-Americ. Line, behoorende aan de Øst-Asiatisk Komp. Ze komt nu van Dantzig en Libau en heeft vooral veel Balto-Slavische 2e en 3e kl. passagiers aan boord. Daarop is het schip dan ook in de eerste plaats ingericht. Er zijn maar weinig 1e  kl. passagiers en het voor hen gereserveerde deel v.h. schip is betrekkelijk klein. Netjes, maar eenvoudig; gezellig ook. De eerste klasse hier lijkt veel op de tweede kl. op de Holl. booten. Luxe-hutten zijn er niet. De allerbeste hutten zijn = ruime 1e kl. hutten op de ‘Noordam’ e.d. [-Passagiers] [-*…*] [-*…*] De meeste stewards zijn Russen of Balten en spreken maar heel gebrekkig Duitsch. De algemeene zindelijkheid is ook beslist minder groot dan op de Nederl. schepen, maar niet onvoldoende. De officieren, dokter en purser zijn alle Deensch. De overige 1e kl. passagiers [-zijn] vormen een internationaal gezelschap. Er zijn Russen, Duitschers en Amerikanen, <Polen>. Het weer is totnutoe goed, maar wat winderig. De route [-ligt] is die om Schotland en Ierland heen.

In deze aflevering van mijn podcast behandel ik 19 november 1922. Zie hiervoor ook mijn post op deze website van 26 mei 2021.

Di hou creol – podcast over Virgin Islands Dutch Creole: De eerste gebruikstekst in het Virgin Islands Dutch Creole (1749-1753)

De oudste teksten in het Virgin Islands Dutch Creole komen uit 1739-1742, maar het oudste boekje waarvan we weten dat het werkelijk is gebruikt binnen Evangelische Broedergemeente op de Deense Antillen, komt uit 1749-1753. Dit Criol Leedekin Boekje voor gebrieck Van de Neger broer gemeente Na St Thomas St Crux Overzet üt de Hoog deutse taal door Broer Samy Isles en George Weber, en een deel mee Assistantie Broer Johannes  staat vol gezangen.
Ik zal informatie over dit boekje geven, maar belangrijker nog: graag laat ik een opname horen van één van de liederen. Gylchris Sprauve, musicoloog en tenor van de US Virgin Islands, heeft er namelijk al een paar gezongen en opgenomen.

De podcast is hier te beluisteren.

Op 4 juli 2014 heb ik op deze website al iets verteld over de manuscripten uit de Moravian Archives in Bethlehem, Pa, USA. De titelpagina staat hieronder.

Meer informatie over deze bron en het gebruik ervan vindt u in mijn dissertatie. Die is hier gratis te downloaden.

De tekst van ‘O Kopp voll Wond en Schieren’ is te vinden op p. 68 t/m 71 (p. 70 bestaat niet) van het Criol Leedekin Boekje.

De complete tekst staat hieronder.

O haupt voll blut und Wunden “p”

O kop voll Wond en schieren

vol zmart en Pien en bloed

o Kop voll gaat en swieren

@

                                                69.

van dornen Steekel hoet

eer tit ka wees vol Zierat

en Majesteet heel groot

nu jamerlyk schimpieret

wellkom meet moeschie groet

                2.

Wat goed mi Heer ka drag hie

ka wees alleen mi goed

di Schuld di mi ka maak hie

joe ka betal meet Bloed

kik hier mi staan mi pover

joe Torn mi ka verdien

maar gi mi Zaaligmaker

voor kik joe gnad alleen

                3

Da di nu maak mi heel bli

en ben mi moeschi zoet

da mi dink om voor help mi

joe zelv zink na di dood

mi gragh will o mi Leven

@

71

ok na joe Cruishoud hie

mi Leven zelv gi over

en di ben gluk voor mi

Nu ons Zaaligheed ben klaar

warlick door 5 Wond hie

een ka wees genoeg voor di

God zelv ka ontvang di

Virgin Islands Dutch Creole Texts to Meertens Institute, Amsterdam

At the end of the 1980s these photocopies of microfilms were send from Herrnhut (Germany) to the Department of General Linguistics of the University of Amsterdam to be digitalized. After the publication of Die Creol Taal (1996) the texts were provisionally archived in Amsterdam. When the Ph.D. projects of Robbert van Sluijs and Cefas van Rossem started, all texts were stored in the Radboud University in Nijmegen, The Netherlands.

Since these texts need to be available for further study, I am very happy to announce that these are from now on archived in the Meertens Institute of the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences in Amsterdam!

The originals are of course in Herrnhut, well archived in the beautiful Unitätsarchiv.

Frans Kellendonk and Virgin Islands Dutch Creole

The famous Dutch author Frans Kellendonk (1951-1990) was in the process of writing a new novel in the nineteen eightees. The story was inspired by the  probably racist murder of Kerwin Duinmeijer (1983) and the play Leeuwendalers (1647) by the Dutch author Joost van den Vondel (1587-1679), and remained unfinished.

Kellendonk wanted to use a Creole language in his novel and during his visit of Curacao in 1987 he got to know Virgin Islands Dutch Creole. He copied Hesseling (1905) and De Josselin de Jong (1924), but also several pages from Magens (1818). These photo copies and a manuscript in which some words and small sentences are noted by Kellendonk, are stored in the so called Archief Frans Kellendonk in the Library of the Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in the University Library of Leyden.

My article about these notes is published in Nieuw Letterkundig Magazijn, XXXV, 1, mei, 2017, pp. 30-36.

In the same volume Jan Noordegraaf published an article about D.C. Hesseling and his work on Papiamentu: ‘D.C. Hesseling en de West, van classicus tot creolist’. In: Nieuw Letterkundig Magazijn, XXXV, 1, mei, 2017, pp. 25-29.

 

Christmas: earliest VIDC translation

Among the earliest VIDC translations of the New Testament and the Gospel Harmony we have seven versions of Luke 2: 1-21, the Birth of Jesus Christ. The earliest is 321 (manuscript by Böhner, about 1773) and is followed by 322 (manuscipt Böhner, before 1780), 315 (Magens’ printed New Testament), 3231 (1785-1790, Auerbach’s manuscript version), 3232 (about 1795, incomplete manuscript), 318 (1802, Moravian printed New Testament) and 3110 (1833, printed Moravian Gospel Harmony). Most of these texts are available in the Clarin-NEHOL database.

A comparison of these texts presents an interesting insight in the way the translators thought to connect as good as possible to their audience of Creole speakers. The following text is the oldest text, 321, without glosses, however to my opinion quite close to the German source text and therefore quite easy to understand.

manuscript-321-section-6

 

Dating the VIDC Moravian grammar manuscript

Already in the eighteenth century two descriptions of Virgin Islands Dutch Creole were published: Magens’s Grammatica over det Creolske sprog, som bruges paa de trende Danske Eilande, St. Croix, St. Thomas og St. Jans i Amerika. Sammenskrevet og opsat af en paa St. Thomas indföd Mand (1770) and the description by Oldendorp in the ninth section of his Geschichte der Mission der evangelischen Brueder auf den caraibischen Inseln S. Thomas, S. Croix und S. Jan (1777).

In the first part of the beautiful edition of the manuscript of Oldendorp’s History (2000: 681-724, sections 112-117) we find the complete contemporary description of which Oldendorp (1777) was only a kind of summary.

In the Unitäts Archiv in Herrnhut (Germany) another grammar is preserved. This manuscript, Grammatik der Creol-Sprache in West-Indiën, ms. 214 according to Stein (1986b), is not dated, however it looks early nineteenth century. In some publications (Van Rossem & Van der Voort 1996: 288) it is dated as ‘shortly after 1802’. In 1903 D.C. Hesseling obtained a copy of this manuscript from A. Glitsch, the then archivist of the Unitäts Archiv in Herrnhut (Grammatik der Creol-Sprache in West-Indien 1903).

While working on the section on Creole word order of this Grammar it appeared to me that some examples must have been taken from biblical texts, of which most are dated. The Grammar should then of course be younger than the youngest example.

In the first example we focus on the use of function word dan ‘then’:

(1) Dan em a see na die ander: hoeveel joe ben skuldig.

then 3SG PST say to the other how much 2SG are owing

The Gospel Harmonies (before 1780) have daarna ‘next, then’:

(1a) Darnah em a spreek tot die ander: en joe, hoe veel joe ben skul=dig (na mi Heer)? (321: 75)

(1b) Daarna em a see na die ander: en joe, hoe veel joe ben skuldig? (322: 75)

The German source text (Lieberkühn 1820: 162) has Darnach sprach er zu dem anderen (…).  Magens’s translation of the New Testament (1781) has asteran ‘next, further’:

(1c) Asteran hem ha seg na die ander: en ju, ju veel ju skylt? (315: Luke 16: 7)

The youngest texts of the Moravian Brethren however, use dan:

(1d) Dan em a see na die ander: Maar joe, hoe veel joe ben skuldig? (318, 1802) Lucas 16: 7)

(1e) Dan em a see na die ander: En joe, hoe veel joe ben skuldig? (3110 (1833): section 75)

The example shows that the early sources were much more according to the source text  than the younger texts, which appear to be changed to connect to the audience of Creole speakers. Is that so? See the English translation of Lieberkühn (from 1771): Then said he to another, And how much owest thou? The change from darnah to dan may well be a change of German influence (from source text) or Dutch influence of superstrate into English influence of other source text or from new vernacular on the Danish Antilles. 

The next example shows something similar. Compare for instance the use of vor ‘in order to’ and the positioning of die ‘that’. The source text has: ‘Aber das Sitzen zu meiner Rechten und meiner Linken, stehet nicht bey mir, euch zu geben‘ (Lieberkühn 1820: 182).

(2) Maar vor set na mi rechter en na mi slinker Hand, die no staan bij mi, vor gie na jender

however to sit on 1SG right and on 1SG left hand, that NEG stand by 1SG, to give to 2PL

(2a) maar die sett na mi Rechter en na mi Slinker Hand, no staan bi mi, vor gie die na jender; (321: 83)

(2b) maar die Sitt na mi Rechter en na mi Slinker (Hand), no staan bi mi, vor gie die na jender; (322:83)

(2c) Maar vor set na mi rechter en na mi slinker Hand, die no staan by mi vor gie na jender, (318: Mark 10: 40)

(2d) maar vor set na Mi rechter en na mi slinker Hand, die no staan by mi, vor gie na jender, (3110: section 83)

A similar thing as in (1) happens here: the early text use die sett , the sitting’ for das Sitzen, while the younger texts use vor set ‘in order to sit’. Lieberkühn (1781) has: but to sit on my right hand and on my left hand is not mine to give; but it shall be given to them (…). Again this resembles the younger texts: the noun set of the early texts has changed into the verb set.

My last example is:

(3) Toen die Tien a hoor die, soo sender a koom ontoevreeden over Jacobus en Johannes.

When the ten PST hear that, so 3PL PST become displeased about James and John

(3a) En as die tien a  hoor die, sender a kom ontoevreden over die twee Broeders, Jacobus en Johannes. (321:83)

(3b) En as die (ander) tien a hoor die, da sender a neem die goe Qualik van die twee Broer, Jacobus en Johannes (322: 83)

(3c) Toen die Tien a hoor die, soo sender a kom ontoevreden over Jacobus en Johannes. (318 Marcus 10: 41)

(3d) Toen die Tien a hoor die, soo sender a kom ontoevreden over die twee Broeders, Jacobus en Johannes. (3110: 83)

The German source text has Da das die Zehen höreten, wurden sie unwillig über die zween Brüder, Jacobum und Johannem (Lieberkühn 1820: 182) The English has And when the ten heard it, they began to be much displeased with James and John (Lieberkühn 1781). The three Dutch Creole Gospel Harmonies and the German source text mention the brothers, while the English source text and the New Testament of 1802 do not.

These examples show that, unless an earlier manuscriptal version of the 1802 New Testament existed, the examples were from the New Testament of 1802. Examples (1) and (2) may leave a small possibility that 3110 was used, however the difference between 318 and 3110 in (3) gives a decisive answer.

This young text was prefered above the older texts which were available, which may point to the importance to use a more English related language in this period in which English (Creole) became the new vernacular on the prejudice of Virgin Islands Dutch Creole.

Cefas van Rossem